Correspondentie met de commissie Hendriks

Tweede reactie op uw uitnodiging, 12 maart 2022

To  Commissie Hendriks 2 attachments

Geachte leden van de commissie Hendriks

In een eerdere brief hebt u ons uitgenodigd met uw commissie in gesprek te gaan. In onze reactie van 29 oktober 2021 hebben wij aangegeven eerst de motie af te wachten die opriep tot een werkelijk onafhankelijk onderzoek. Ook gaven wij aan uw uitnodiging te heroverwegen bij onverhoopte afwijzing van de motie.

Uw verzoek heroverwegend, hebben wij ons er rekenschap van gegeven dat elke stap naar buiten (‘praten’) voor slachtoffers van georganiseerd sadistisch misbruik (hierna wisselend te noemen slachtoffers dan wel overlevers) een afweging is tussen de veiligheidsrisico’s aan de ene kant en de kans dat het iets goeds oplevert aan de andere kant. Zoals u zult weten, vertellen overlevers immers over gruwelijke wraakacties door het dadernetwerk als zij naar buiten treden. Risico’s en kansen overziende, levert dit ten aanzien van uw commissie Hendriks voor ons de volgende overwegingen op:

1. Uw commissie valt onder Justitie

Echter, slachtoffers maken al decennia lang juist ook melding van misbruik door hoge ambtenaren van het ministerie van Justitie. In 6 brieven aan de Tweede Kamer hebben wij dan ook keer op keer uitgebreid betoogd dat positionering van de commissie onder Justitie als zeer onveilig wordt ervaren.

Na  aanhoudende verzoeken is minister Grapperhaus er in december 2021 mee akkoord gegaan om de verslagen van de gesprekken met slachtoffers niet in het archief van Justitie op te slaan. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de verslagen dan al door vele justitiële handen zijn gegaan. Ondertussen betreft dit maar één aspect van de onveiligheid die slachtoffers juist in een commissie onder dit Ministerie ervaren. Voor meer informatie over ons standpunt zijn de brieven van onze behandelaarsgroep beschikbaar op deze website onder ‘overheid en justitie’.

2. Uw Commissie weigert belangenorganisaties te betrekken in keuze nieuwe commissieleden

Dringende verzoeken van belangengroepen voor slachtoffers van georganiseerd sadistisch misbruik  om betrokken te worden bij de keuze van nieuwe commissieleden zijn genegeerd. In tegendeel: de invloed van Justitie in de commissie is juist vergroot door de aanstelling van Daniëlle Lako,  secretariële ondersteuning vanuit Justitie en Hanneke Schönberger,  senior onderzoeker. Van de laatste zegt uw commissie dat zij pas sinds haar aanstelling in deze commissie werkt voor Justitie en Veiligheid. Dit is onjuist. Haar LinkedIn-profiel vertelt dat zij van 2019 tot 2020 Senior Inspector was bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid, zie bijlage .

3. Uiterst dubieuze keuze van Hendriks als voorzitter –  onbegrijpelijke uitspraken aangaande daders

Uw commissie luistert niet naar het dringende appèl van belangengroepen om de voorzitter, dhr. Hendriks, te vervangen. De belangengroepen doen dit appèl om meerdere redenen, maar ook vanwege zijn pleidooi om kinderpornobeelden te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek naar terugval bij daders van pedoseksuele misdrijven.

Terecht schreef belangenvereniging Spotlight: ‘naast dat dit ethisch gezien ver over de grens is, is voor ons het belangrijkste punt dat het getuigt van een enorm gebrek aan empathie voor de slachtoffers van seksueel misbruik.’

Daarenboven beweert uw voorzitter dhr. Hendriks in een ander artikel op onbegrijpelijke gronden, dat het verbod op de pedofielenvereniging Martijn kans op kindermisbruik kan vergroten. Terwijl het expliciete doel van de pedofielenvereniging was om seksueel misbruik van kinderen maatschappelijk en wettelijk aanvaardbaar te maken.

Dergelijke standpunten en uitspraken maken dhr. Hendriks ronduit ongeschikt als deelnemer laat staan voorzitter van deze commissie.

4. Uw commissie creëert vanaf het allereerste begin LEBZ-achtige ruis

Uw commissie zou in lijn met de feitelijke bevindingen van Argos (overlap in getuigenissen) onderzoek doen naar aard en omvang. Uw voorzitter dhr. Hendriks creëert al vanaf het begin de gebruikelijke ruis die ook de LEBZ veelvuldig creëert als het gaat om georganiseerd sadistisch misbruik. Hij geeft in zijn eerste interview  opnieuw ruim baan aan het gedachtengoed dat herinneringen verzonnen worden of door therapeuten aangepraat. Er zou onderzoek gedaan worden naar aard en omvang. Het bij voorbaat oprakelen van de gedachte dat cliënten of hun therapeuten verhalen verzinnen, is uit oogpunt van onpartijdig wetenschappelijk onderzoek onaanvaardbaar. In lijn met deze uitspraken gaat uw commissie als eerste uitgebreid in gesprek met organisaties als de werkgroep Fictieve Herinneringen en de Doos van Pandora (organisaties die genoemd gedachtengoed onderschrijven)  en met slachtoffers die hun getuigenis later hebben ingetrokken (zgn ‘retractors’). Uw commissie kiest ervoor pas daarná naar slachtoffers te gaan luisteren, waarbij uw ambitie slechts is om 10-15 slachtoffers te horen en waarbij niet gezocht wordt naar overlapping op concrete feiten als daders en locaties. Deze keuzes getuigen allerminst van onbevooroordeeld luisteren naar slachtoffers en staan in schril contrast met de werkwijze van Argos.

Wat betreft de zogenoemde ‘retractors’, ongetwijfeld bestaan er valse aangiftes van ritueel misbruik. Er bestaan ook valse aangiftes van inbraken, boedelschade en zelfs onware bekentenissen van mensen die zich melden als dader van een gepleegde moord.

Echter: onderzoek naar aard en omvang van georganiseerd sadistisch misbruik behoort naar deugdelijke wetenschappelijke normen allerminst te starten bij mogelijk valse aangiftes. Ter vergelijking, onderzoek naar vóórkomen en  psychische gevolgen van werkeloosheid wordt ook niet gestart met het interviewen van het UWV over uitkeringsfraude; hooguit worden daar bij afsluiting enige woorden aan gewijd.

In het geval van ‘valse’ aangifte van georganiseerd misbruik ligt de zaak overigens nog ingewikkelder. Slachtoffers hebben reeds meermalen aangegeven hoe zij, als zij iets van hun gruwelijke bestaan naar buiten brachten zoals door het doen van aangifte, in het dadernetwerk ernstig hiervoor gemarteld werden. Het is bekend dat slachtoffers van ‘alleen maar’ seksueel misbruik in het gezin uit angst voor verstoting uit de familie of het splijten van de familie heel vaak hun mond houden. En dat sommigen van hen die toch spreken, onder druk van familieleden bezwijken of uit angst voor de gevolgen in de familiesfeer, hun beschuldigingen intrekken. Als voor velen van ons de angst voor buitensluiting uit onze sociale kring genoeg is om onze mond te houden over misbruik of onrecht, hoe kunnen we dan van overlevers van ritueel misbruik verwachten dat zij onder druk van marteling hun getuigenis overeind houden? Daarbij komt nog dat vele cliënten met gecreëerde DIS een ‘buitenkantpersoonsdeel’ hebben dat geen bewuste herinneringen aan het misbruik heeft, en dat ‘alleen maar’ enorme stukken tijd mist. Als het persoonlijkheidssysteem in grote angst verkeert, wordt het persoonsdeel  naar voren geschoven, dat vervolgens met grote overtuiging alle gruwelijkheden kan ontkennen.

Op welke wijze houdt de commissie in het horen van retractors rekening met deze feiten?

5. Commissie maakt zich niet hard voor het onderzoeken van omvang

Uw commissie gaat de omvang niet onderzoeken. Juist die is essentieel. Als er geen zicht is op de omvang, en bij voorbaat geen zicht op posities binnen justitie waar aangiftes mogelijk gesaboteerd worden, kan er op het gebied van opsporing geen echte vooruitgang worden geboekt. Want aangiftes die door ‘gewone’ politiemensen serieus worden genomen, kunnen dan wellicht door het hogere niveau gesaboteerd worden. Er zijn in de afgelopen decennia een heel aantal pogingen tot rechtsgang gedaan rond misbruik van kinderen door hooggeplaatsten, waarbij het er alle schijn van heeft dat deze juist vanwege sabotage door hogerhand in de doofpot verdwenen.

Minister Grapperhaus haalde de omvang uit de onderzoeksopdracht. Toen in de commissievergadering van Justitie en Veiligheid deze minister onder druk toezegde dit alsnog te zullen laten onderzoeken door de commissie, greep uw commissie deze kans niet aan om alsnog de omvang in het onderzoek te betrekken. U beriep zich hierbij op de mening van het WODC.

Hoewel u de omvang niet onderzoekt, heeft uw commissie wel als taak een meldpunt op te zetten. Als zicht op omvang en mogelijke betrokkenheid ambtenaren van justitie en politie ontbreekt, zou dit juist kunnen leiden tot een meldpunt waar het dadernetwerk zijn voordeel mee kan doen. Het was immers na de vorige onderzoekscommissie van Justitie (1994) dat de LEBZ werd opgericht (1999), wat in het nadeel van slachtoffers heeft gewerkt (zie dit artikel, m.n. vragen 15 en 16).

6. Gesprek over randvoorwaarden veiligheid slachtoffers wordt afgezegd

Op 13 december 2021 had uw commissie een gesprek gepland met belangenorganisatie KTGG om te spreken over het waarborgen van veiligheid van de slachtoffers. Op 6 december stuurde u een brief naar de KTGG. Dit was een dag voor de stemming in de Tweede Kamer over de motie naar echt onafhankelijk onderzoek, waardoor deze pas na de stemming bij andere belanghebbenden dan de KTGG terecht kwam. Uw commissie schreef:  ‘We hebben gekeken naar de voorwaarden die jullie stellen om slachtoffers te kunnen spreken. Met name de voorwaarden op pag. 3 van jullie stuk ‘Het horen van overlevers door de Commissie Hendriks’ vormen een te groot struikelblok. Deels omdat deze niet door ons ingewilligd kunnen worden en deels omdat het zaken betreft waar wij geen invloed op hebben. (…) Gezien het bovenstaande achten wij een gesprek op 13 december niet noodzakelijk.’ Verdere toelichting ontbrak. Het stuk waarnaar verwezen wordt, bevatte heel reële voorwaarden voor de veiligheid van slachtoffers en verslaglegging. Het is schokkend dat uw commissie het geplande gesprek hierover weigerde. Dat er later alsnog een telefoongesprek tussen de voorzitters volgde – een veel minder transparante werkwijze – doet hieraan niets af.  Het voeren van een gesprek over de veiligheid van slachtoffers die ondanks alle bezwaren tóch willen praten, zou u tot uw kerntaken moeten rekenen. Er is geen enkele geldige reden die het afzeggen van een dergelijk gesprek kan rechtvaardigen. U hebt hiermee uw geloofwaardigheid als onafhankelijke commissie dan ook nog verder ondergraven.

7. Overlevers die in beeld zijn bij onze groep behandelaars, hebben aangegeven voor deze commissie onder geen enkele voorwaarde te durven praten.

Kortom, nu uw commissie onder Justitie valt en uw commissie in haar woorden en daden heeft laten blijken de belangen van overlevers niet voor ogen te hebben, achten wij het onverantwoord overlevers aan te sporen om met uw commissie te gaan praten. Dit zullen wij dan ook niet doen. Aangezien de informatie die wij als therapeuten kunnen geven gemakkelijk te herleiden is tot onze cliënten, zullen ook wij niet met de commissie in gesprek gaan. Wel nodigen we u uit om kennis te nemen van alle openbare informatie over satanisch ritueel misbruik die te vinden is op www.lichtopsrm.com.

Wij spreken de dringende wens uit dat er andere wegen zullen komen die wel kansen bieden om de waarheid over georganiseerd sadistisch misbruik boven tafel te krijgen. Zodat recht en gerechtigheid het laatste woord zullen krijgen in de levens van de slachtoffers in ons land.

Tot slot, wij hebben kennis genomen van het tussenrapport van minister Grapperhaus. Hierin stelt hij: ‘de belangengroeperingen, waaronder het Kenniscentrum Transgenerationeel Georganiseerd Geweld en de werkgroep Spotlight, krijgen voorafgaand aan de aanbieding van het rapport, integraal inzage in het rapport. De reactie van de belangengroeperingen worden vervolgens integraal in het rapport opgenomen’. Op basis van deze uitspraak zien ook wij, als belangengroepering van 20 GGZ-behandelaars het rapport graag tegemoet, zodat ook onze reactie daarin integraal kan worden opgenomen. Eerder heeft de vaste commissie van Justitie en Veiligheid onze brief-  waarin wij onze zorgen uitten over de onafhankelijkheid van dit onderzoek – naar u verzonden om gebruikt te worden bij dit onderzoek (zie hier voor de brief van de commissie J&V). Voor een zo volledig mogelijk beeld voor Tweede Kamer en samenleving kan onze reactie dan ook niet ontbreken. Temeer nu wij als therapeuten, evenals de slachtoffers die bij ons in beeld zijn, wegens de o.i. onaanvaardbare beperkingen van de huidige opzet van commissie en onderzoek, niet in persoon met u kunnen spreken.

Graag vernemen wij uw reactie,

Met vriendelijke groet,

Namens een groep van 20 GGZ-behandelaars,

Mw. drs. Aline Terpstra-van Hijum,

GZ-psycholoog BIG

To  Commissie Hendriks  

Geachte leden van de commissie Hendriks,

In reactie op uw mails, waarin u ons uitnodigt te komen praten, laten wij u het volgende weten. Overigens, het valt ons op dat u ons pas maanden na de start van uw commissie uitnodigt, enkele dagen nadat er naar aanleiding van onze brief een nieuwe motie is aangekondigd, terwijl één van onze brieven u door de commissie J&V ter hand was gesteld. Maar dit terzijde. In reactie op uw uitnodiging het volgende.

Onze behandelaarsgroep heeft zich vanaf het begin op het standpunt gesteld dat een commissie die onderzoek doet naar georganiseerd sadistisch misbruik, het vertrouwen van slachtoffers nodig heeft. Een onderzoek georganiseerd vanuit Justitie is hiermee volstrekt onverenigbaar, zoals wij in meerdere brieven aan de Tweede Kamer, die u bekend zullen zijn, uitvoerig hebben onderbouwd. Minister Grapperhaus heeft hieraan geen gehoor gegeven. Hij heeft zelf de voorzitter en het eerste commissielid aangesteld. Daarnaast is geen gevolg gegeven andere belangrijke randvoorwaarden voor vertrouwen van slachtoffers, die door belangenbehartigingsgroepen zijn aangegeven. Ik noem rapportage rechtstreeks aan de Tweede Kamer in plaats van via het Ministerie en het uitvoeren van de héle motie: aard EN omvang en een advies over opsporing van netwerken.

Vervolgens heeft uw commissie ook nog eens, zonder enig overleg met belangenbehartigers van slachtoffers, nieuwe commissieleden en ondersteuners aangesteld, waaronder zelfs personen die bij Justitie werkzaam zijn. Wij weten niet goed hoe wij dit laatste moeten interpreteren: hebt u onze brieven niet gelezen? U kunt niet anders dan ervan op de hoogte zijn dat slachtoffers al decennia lang namen van hooggeplaatste ambtenaren van justitie aanwijzen en aangeven hoe ze onrechtvaardig behandeld zijn door politie en justitie. Hoe kan dan een commissie die benoemd is door justitie en ook nog eens medewerkers van justitie aanneemt voor hun onderzoek, ooit nog vertrouwen wekken bij slachtoffers? Uw geloofwaardigheid en die van justitie is op deze manier niet meer te onderbouwen. Ook wint de regering niet het vertrouwen van het volk, door op deze manier de motie uit te laten uitvoeren. Het zal toch niet zo zijn dat u slachtoffers dusdanig minacht dat u, dit alles wetende, bewust dergelijke besluiten neemt, waarmee u uw eigen commissie nog verder ondermijnt?

Hoe dat ook zij, wij hebben opnieuw de noodklok geluid en een brandbrief gestuurd naar de gehele Tweede Kamer waarin wij vragen om opheffing van uw commissie en aanstelling van een nieuwe commissie op basis van de in de brief verwoorde randvoorwaarden. Die randvoorwaarden zijn – naast volledige onafhankelijkheid van Justitie – erop gericht om de onafhankelijkheid te borgen en daarmee het vertrouwen te winnen van zoveel mogelijk slachtoffers. Alleen dan zullen voldoende slachtoffers, ook zij die vertellen over betrokkenheid van hooggeplaatsten, durven praten. Alleen dan kan een commissie resultaten behalen die voor slachtoffers en onze rechtsstaat werkelijk verschil maken. Immers, een echt onafhankelijke commissie is ook noodzakelijk voor het herstel van vertrouwen in de rechtsstaat. Wij hebben begrepen dat om deze doelen te bereiken, binnenkort een nieuwe motie ingediend zal worden. 

Wij vertrouwen erop dat een meerderheid van onze volksvertegenwoordigers helder van hart en van denken is. Dat een meerderheid inziet dat als 200 mensen getuigen van gruwelijke vormen van misbruik in georganiseerd verband – waarbij met regelmaat gesproken wordt over betrokkenheid van hooggeplaatsten –  dit naar alle waarschijnlijkheid nog maar het topje van een ijsberg is. Wij vertrouwen erop dat zij ook zullen inzien dat, in een rechtsstaat als de onze, een onderzoekssetting waarin slachtoffers vrijuit kunnen praten essentieel is. Waar moedige slachtoffers – die vertellen over bedreigingen met marteling en dood van geliefden als zij praten- het risico durven nemen om dat toch te doen. 

Wij wachten deze motie dan ook met vertrouwen af en zullen voordien niet met u in gesprek gaan. Mocht de motie onverhoopt worden afgewezen, dan zullen wij uw verzoek opnieuw in overweging nemen. Daarbij is echter op voorhand duidelijk dat, gezien de positionering van uw commissie, een eventueel gesprek zich noodzakelijkerwijs zal beperken tot algemeenheden.

Met vriendelijke groet,

Namens de groep van GGZ-behandelaars,

Mw. drs. Aline Terpstra-van Hijum,

GZ-psycholoog BIG

Van: Danielle Lako <info@commissiehendriks.nl>

Onderwerp: Afspraak maken

Berichtinhoud:

Geachte mevrouw Terpstra, Ik wil u graag uitnodigen voor een gesprek met de commissie Hendriks. Als u ermee akkoord gaat, samen met Spotlight. Zou u mij uw e-mailadres willen sturen? Dan kan ik een datumprikker rondsturen om een afspraak in te plannen.

Met vriendelijke groet, Danielle Lako, secretaris van de commissie. — Deze e-mail is verzonden vanuit het contactformulier op Licht op SRM https://www.lichtopsrm.com