Inlegvel bij het boek Ik ben wie? – tekeningen door een overlever van satanisch ritueel misbruik
Dit boek is uitgebracht door Friends of Esthers, een Stichting die zich als doel heeft gesteld om hulp, bijstand, ondersteuning en zorg te bieden aan slachtoffers van georganiseerd seksueel misbruik, specifiek van ‘satanisch ritueel misbruik’. De website lichtoplevens.nl geeft een introductie van wat s.r.m. behelst en de website lichtopsrm.nl beschrijft onder meer het afschuwwekkende verhaal van Esther.
Waar Esther haar verhaal in tekst heeft weergegeven – hieronder een extract ervan, heeft een andere ‘Esther’ de tekeningen van dit boek gemaakt. Het is een even levendige als afschrikwekkende weergave van hetzelfde georganiseerde misbruik.
We hopen dat mensen zich laten raken door de ongemakkelijke en schrijnende werkelijkheid van s.r.m. en niet weg zullen kijken, zodat de slachtoffers gaan ervaren dat zij niet alleen staan in hun strijd.

Uit het boek Ik ben Wie? – Meisje in kist
Meisje in kist – een verhaal uit het leven van Esther
“We liepen gedwongen naar de achterkant waar 2 kisten in een gat in de grond stonden en ze deden de klep open. ‘Liggen’, zei 1 van de mannen tegen ons en ik kroop gelijk de kist in. Ik wist wel dat ik direct moest gehoorzamen, mijn leven hing ervan af. Een ander meisje leek de andere kist in te gaan, maar ik was zo met mezelf bezig, dat ik niet op haar lette. Zodra ik erin klom, werd hij boos en ik schrok. Direct gingen er zoveel alarmbellen af en kreeg ik gedachten als ‘Wat heb ik fout gedaan? Wat heb ik gemist? Hoe moet ik het goedmaken?’ Maar hij was niet boos op mij, maar op de 2 meisjes die nog even stijf stonden als dat ze al stonden. Ze kregen op hun kop dat ze niet luisterden. Te laat reageren is ook niet luisteren. 1 meisje kreeg een hele harde klap op haar hoofd met de hamer die hij in zijn handen had en de andere klom daarna heel gauw in de andere kist. Dit krijg je ervan als je besluit niet gelijk te luisteren, zei hij. Ik lag daar alleen, stokstijf in de kist en hoorde allerlei geluiden. Maar ik bleef liggen, ook al duurde het een tijdje. Ik was wel gewend om te liggen, te wachten.
Opeens werd er iets op mijn buik gegooid en ik zag dat het een arm was. Ik raakte volledig in paniek, omdat ik bang was dat ik ook dood zou gaan. Later kwamen er nog 2 stukken en vanuit de andere kist hoorde ik even een gil. Mijn adrenaline schoot door mijn lijf en alles in mij stond aan. De angst was zo torenhoog. Ik voelde dat de lichaamsdelen nog bloedden. Hierna werd het hoofd op mijn buik neergezet. ‘Vasthouden’, zei hij. Ik hield het vast, bij de oren per ongeluk en bewoog me niet. Ik dacht er niet aan om me ook maar enigszins te bewegen. Daar lag ik met haar hoofd op mijn buik, haar afgesneden nek op mijn buik en ik voelde hoe het bloed langs mijn zij sijpelde. De klep ging dicht en ik bleef liggen zoals ik lag. Niets in mij wilde bewegen. Mijn hele lichaam was in doodsangst en elke zenuw was zo in de alert-stand, dat die niet meer kon functioneren en daardoor bevroren was. De hamer klapte op de deksel en ik hoorde iets verder van me af hetzelfde geluid echoën. Er kwam een harde klap op de deksel terecht, en er kwam zand tussen de kieren heen en viel op mijn gezicht. Ik was vaker begraven geweest en wist dat ik nu onder de aarde ging, wachtend of ze me er weer uit zouden gaan halen. Het beetje licht wat door de kieren heen kwam werd met elke klap kleiner, tot het donker was. Ondanks dat ik wel kon beredeneren dat ik toch echt alleen was en niemand me waarschijnlijk kon zien, durfde ik me nog steeds niet te verroeren.
Ik voelde me zo alleen, met dat hoofd tussen mijn handen, zo alleen. Ik bewoog voor mijn gevoel voor uren niet. Ik was eerder opgesloten geweest in een kist en ook levend begraven. Het was niet voor het eerst en dat hielp me heel erg door me niet bang te voelen, maar de eenzaamheid en het wachten en de kou was moordend. Het gevoel van haar hoofd tussen mijn handen, haar oren en haar haar was super sterk, sensorisch lastig te verwerken en elke beweging die ik wilde maken zorgde voor een stroom zand tussen de kieren op mijn lijf, wat weer zorgde voor gekriebel en ongemak en grote paniek. In die uren gingen mijn gedachten alle kanten op. Wat had ik fout gedaan, wie is er dood, ligt er nog iemand naast me in die andere kist, laten ze me hier achter en ga ik langzaam dood? Zoveel vragen… Mijn rug begon zeer te doen en de kou werd zo erg dat gestrekt liggen niet meer ging. Als ik me een beetje bewoog om anders te liggen, voelde ik een ledemaat langs mijn been naar beneden glijden wat me weer deed schrikken en ik weer bevroor. Uren duurde het. Als je zou zeggen dat het dagen waren, zou ik het ook geloven. Zo lang dat ik tot het punt kwam om het op te geven, dan maar dood. Ze waren me vergeten en zouden me toch niet meer komen halen. Ze waren me vergeten. De hopeloosheid was zo intens, dat iemand alles met me had kunnen doen, zonder dat ik het ‘erg’ had gevonden. Ik was van binnen totaal doodgegaan en er was geen slecht, beter, goed, alles raakte op 1 lijn, zonder oordeel. Ik wachtte op de absolute stilte en verlossing.
Opeens hoorde ik geklap op de deksel. Ik was in slaap gevallen en werd wakker van de onverwachte geluiden. Het zand werd eraf geschept. Ik hoorde de stemmen steeds iets duidelijker worden en ze lachten zo nu en dan. De paniek, de vreugde, de wanhoop, de angst, de hoop, alles loopt door elkaar, niet wetend hoe het zal zijn wanneer de deksel open zal gaan. Gaan ze me vermoorden, gaan ze me troosten, heb ik het goed gedaan, of had ik dood moeten zijn, moet ik dood spelen of juist blij zijn wanneer de deksel opengaat. Ik wist het niet. De deksel werd open gewrikt en het licht kwam als een felle zon die in ene achter de wolken opdook mijn ogen binnen en deed ze sluiten. Het licht was te fel, ik kon het niet aan en schrok toen ze het hoofd tussen mijn handen uittrokken. Ik had het toegeëigend, ze hoorde bij mij. Ze was mijn vriend geworden in de eenzaamheid en kou en nu kon ik niet zonder haar. Het deed zeer. Nou zat de nek ook ondertussen vastgeplakt op mijn huid en het opeens eraf trekken deed zeer, maar vooral het kale gevoel was ondraaglijk en ik brak. Mijn enige houvast was weg. Ik begon intens te huilen, afgesloten in mezelf en had niet meer door dat er een buitenwereld was. De tijd stond stil. Iemand pakte me uit de kist en hield me vast. Ik maakte het maar half mee.
Ik werd getroost, kreeg een warme deken en lieve zachte woorden en even voelde ik weer warmte. Alsof ik weer terugkwam in het ‘gewone’ leven en van dood weer in het leven stapte. Achteraf heel bizar hoe makkelijk het was om van totale hopeloosheid naar verlangen naar warmte en liefde te gaan. Ik zoog het op als een superdroge spons. Ik werd gedragen naar het huisje en in de badkamer gezet. De douche deed hij aan en hij duwde me eronder. Het water was ijskoud en als een keiharde klap werd ik wakker. Ik stond daar alleen onder de douche en zag de viezigheid door het putje spoelen. Ik besefte ik dat ik het had overleefd, en ik was weer in de ellende. Mijn hele houvast aan wat of wie dan ook was weer weg. Na een douche en me aankleden, was het hele tedere gevoel en benadering weer weg. De zachte stem en de warme zachte handen waren weg en ik was alleen. Opnieuw.
Esther