Aan de directie en ledenraad van de EO,
Eerder had ik n.a.v. de documentaire “Het Complot” twee mailwisselingen met de makers ervan. Eén over het gebruik van beelden van mij, tegen mijn uitdrukkelijk verzoek en zonder toestemming van de maker (family 7) en één om u op te roepen om de zin ‘Jacqueline kreeg eenzelfde behandeling als de patiënten van Aline Terpstra’ (aflevering 3, min. 39.25), per ommegaande uit deze aflevering te verwijderen omdat dit ongefundeerde smaad is. Deze mailwisselingen zijn hier te lezen, ik ga de inhoud ervan hier niet herhalen.
In deze brief wil ik mijn diepe teleurstelling tot uitdrukking brengen over het geheel van de door de EO uitgezonden documentaire. Het eindproduct dat uitgezonden wordt is vooringenomen en suggestief. Het verzwijgt zeer belangrijke feiten waardoor het geheel een leugenachtig beeld schetst van de complexe werkelijkheid van satanisch ritueel misbruik (srm). De EO maakt hierdoor het leven van slachtoffers die proberen hiervan los te komen, nog zwaarder dan hun loodzware proces al is.
Ik wil u als directie en ledenraad van de Evangelische Omroep met aandrang oproepen om deze documentaire offline te halen en op uw website te rectificeren. Uit zorg voor één van de meest kwetsbare groepen in onze samenleving en met een beroep op Micha 6:8. Hieronder zal ik deze dringende oproep inhoudelijk onderbouwen.
Beschadigend simplisme
In uw mailwisseling met ons schreven de onderzoeksjournalisten: ‘Wanneer u tijdens het interview niet op bepaalde vragen wilt of kunt ingaan of niet gelukkig bent met bepaalde uitspraken, kunt u dat natuurlijk wel altijd aangeven en kunnen wij daarover in gesprek gaan. Juist ook over dit laatste punt zouden wij graag dat verkennend gesprek willen voeren, want wij begrijpen ook hoe uitermate gevoelig het ligt. Uiteraard willen wij niet dat jullie of de mensen voor wil jullie je inzetten in de problemen komen en/of de situatie verslechtert en daar willen wij dan ook graag rekening mee houden.’
Het geheel van uw documentaire zet echter het beeld neer van honderden therapeuten in de westerse wereld, die de afgelopen decennia massaal kwetsbare mensen satanisch ritueel misbruik hebben aangepraat. U verbindt dit met beelden van excessen in christelijke kring, i.c. Benny Hinn die naar eigen zeggen demonen uitdrijft door handoplegging. Persoonlijk ken ik geen enkele therapeut die zich bezig houdt met slachtoffers van srm die bij dergelijke excessen betrokken is. Ergens in uw documentaire doet u de heldere uitspraak ‘het is flauw om aan de hand van het gedrag van twee psychiaters een hele beroepsgroep in een kwaad daglicht te stellen’. Vervolgens is dat precies wat u wèl doet. En het is veel meer dan ‘flauw’: het is enorm beschadigend niet alleen voor deze groep hulpgevers maar ook voor de geloofwaardigheid van de overlevers van srm, waarvan ik een aantal dagelijks keihard zie knokken om te durven praten over de gruwelijkheden die zij vaak ook nog in het heden ondergaan.
U weet door het maken van de documentaire inmiddels net zo goed als ik dat behandelaars voor deze gekwelde mensen met een lampje te zoeken zijn, zie bv de zorgstandaard dissociatieve stoornissen, onder 3.6.1. Psychologen, psychiaters en psychotherapeuten zitten er bepaald niet op te wachten om deze complexe problematiek te behandelen. Wanneer je als behandelaar gaat googelen op satanisch ritueel misbruik, stuit je op discussies hierover in de media en in de wetenschappelijke wereld. Hierin worden behandelaars die hun nek hiervoor uitsteken al tientallen jaren steeds opnieuw neergezet als kwakzalvers die hun cliënten ritueel misbruik in de mond leggen. Zoals Sanne Terlingen – onderzoeksjournalist van Argos en ook in uw docu geciteerd – het kernachtig zei: ’het is bijna een journalistieke zelfmoordactie om over dit onderwerp een uitzending te gaan maken, zo voelt dat’ . Dit geldt ook voor behandelaren. Daar heeft niemand zin in. Uw documentaire schrikt behandelaren hierin nog verder af en maakt het daarmee voor overlevers nog moeilijker om een behandelaar te vinden. Past dat bij uw zin: ‘Uiteraard willen wij niet dat jullie of de mensen voor wie jullie je inzetten in de problemen komen en/of de situatie verslechtert (…)’?
De simplistische verklaring die u in uw documentaire geeft voor de honderden getuigenissen van overlevers van srm van over heel de westerse wereld (nl. dat therapeuten hen deze herinneringen aanpraten), is oude wijn in nieuwe zakken. Op dezelfde wijze zijn in de negentiger jaren de vele getuigenissen van overlevers, volwassenen en kinderen, in de kiem gesmoord, onder meer door opkomst van de ‘false memorymovement’ in de VS en in Nederland o.a. door de kwalijke bijdrage van het Landelijk Expertisebureau Bijzondere Zedenzaken (LEBZ), waarover u op onze site www.lichtopsrm.com meer kunt lezen, zie bijvoorbeeld deze brief. Hoe kunt u het moreel verantwoorden om op grond van twee getuigenissen (waarover hieronder meer) honderden therapeuten (zie bv ‘emperical and forensic evidence of ritual abuse’)en daarmee ook slachtoffers in een kwaad daglicht te stellen? De afgelopen tientallen jaren zijn er vele getuigenissen over georganiseerd misbruik – waaronder satanisch ritueel misbruik – vanuit allerlei delen van de westerse wereld te horen geweest. Via allerlei verschillende kanalen zoals jeugdzorg, psychologen en psychotherapeuten, maatschappelijk werkers, media (zoals de argosdocumentaire), politie en naasten, dus zeker niet alleen via psychologische of pastorale hulpverleners. U hebt twee overlevers, twee ‘retractors’ (iemand die een eerder getuigenis intrekt), en enkele ‘deskundigen’ geïnterviewd om een ‘analyse’ te maken over hoe zo’n complotdenken over srm toch kan ontstaan. Ik vermoed dat geen van de ‘deskundigen’ ooit een overlever heeft gesproken.
Simplistisch en ongefundeerd ook, hoe u de verhalen over misbruik van 70 kinderen wegzet als onzinverhalen. Kan werkelijk geen van de 140 ouders en huisartsen van die 70 kinderen onderscheiden of hun kind iets fantaseert of in angst en paniek probeert iets gruwelijks te vertellen? Hoor en wederhoor is een journalistiek basisprincipe in uw code (zie beroepscode journalistiek, onder ‘fair’ punt 4). Van de 140 ouders en 70 kinderen heb ik er geen in uw uitzending gehoord.
Hoe vele hulpverleners zoals ik graag hun ogen sluiten voor srm
Ikzelf werkte een aantal jaren als vrijgevestigd psycholoog toen een cliënt van mij begon te vertellen over ritueel misbruik. Ik wist er vrijwel niets van, maar nadat ik even had gegoogeld wist ik dat ik vanuit het perspectief van de wetenschappelijke wereld van de psychologie in een mijnenveld terecht was gekomen. En ik wist ook dat ik geen enkel verlangen had om mij hierin te verdiepen of te specialiseren. Ik heb mij verre gehouden van suggestieve vragen, zoals iedere opgeleide psycholoog doorgaans doet. Ik bezocht geen congressen over dit thema – die waren er trouwens toen ook helemaal niet. Maar dit veranderde niets aan wat persoonsdelen van mijn cliënt stukje bij beetje vertelden over gruwelijk sadistisch, gewelddadig kindermisbruik, inclusief kinderoffers en uiterst geslepen manipulatietechnieken om haar het zwijgen op te leggen.
Vele jaren later meldde Esther zich bij mij aan, op zoek naar hulp voor een verleden van satanisch ritueel misbruik. In het telefoongesprek met haar werd ik geraakt door haar lijden. Ik wist ook dat ik als vrijgevestigd GZ-psycholoog haar behandelaar niet wilde zijn, maar zocht wel drie maanden met haar mee naar passende behandeling, zonder resultaat. Op grond van Jacobus 2:14-17 bood ik haar toch een proefbehandeling aan van 3 maanden, hoe dat verder ging is hier te lezen.
Tegen wil en dank werd ik behandelaar van overlevers van satanisch ritueel misbruik. Een totaal ander verhaal dan wat uw documentaire schetst: hulpverleners die onder invloed van de hype van de dag maar al te graag horen over satanische rituelen en die dat hun kwetsbare cliënten in de mond leggen. Ik ken meerdere hulpverleners die op soortgelijke wijze als ik betrokken zijn geraakt bij een overlever. En veel meer hulpverleners die – net als ikzelf eerder – met deze doelgroep niets te maken willen hebben.
Sociologische verklaring niet steekhoudend
Uw suggestie dat therapeuten cliënten srm aanpraten, vult u in uw documentaire aan met een ‘stappenplan’: kennis over srm gaat van het hoofd van een behandelaar in de VS via een congres over naar het hoofd van een Nederlandse behandelaar die vervolgens zijn of haar Nederlandse cliënt een heel verleden van satanisch ritueel misbruik aanpraat. Dit zou op grote schaal zijn gebeurd, via vele hulpverleners. Dit is een verzonnen hypothese die wetenschappelijk getoetst zou moeten worden voordat deze in een documentaire wordt gepresenteerd als een feitelijke analyse op grond van 2 casussen (N=2). Op grond van gezond verstand ligt het veel meer voor de hand dat therapeuten naar een congres gaan nadat zij cliënten hebben gesproken die vertellen over satanisch ritueel misbruik. Zo gaat het immers ook in andere beroepsgroepen: huisartsen gaan naar congressen over administratieve rompslomp omdat ze erin vastlopen en personeeladviseurs volgen een cursus mediation omdat ze vastlopen bij het bemiddelen in arbeidsconflicten, enzovoorts. Voor mij persoonlijk geldt dat ik al heel veel van cliënten had gehoord voordat ik een congres hierover bezocht. Bovendien waren de gruwelen en werkwijzen die ik van mijn cliënten hoorde vele malen erger dan wat ik hierover op een congres vernam.
Satanisch ritueel misbruik alleen gediagnosticeerd in extreme christelijke kringen?
Het geheel van de documentaire suggereert dat satanisch ritueel misbruik wordt aangepraat door hulpverleners uit extreme christelijke kringen. Wie een tijdje googelt zal ontdekken dat de meeste organisaties en hulpverleners die zich inzetten voor overlevers van sadistisch en satanisch misbruik, dit niet doen vanuit een christelijke levensovertuiging. In Nederland niet, en zover mij bekend ook daarbuiten niet. We moeten toch aannemen dat deze documentairemakers hun huiswerk gedaan hebben, en dit feit ook ontdekt hebben. Waarom dan toch het beeld neerzetten dat satanisch ritueel misbruik door hulpverleners uit extreme christelijke kringen wordt aangepraat?
‘Aangepraat’ ritueel misbruik, ‘retractors’ en intrekken getuigenis onder druk
In uw documentaire komen 2 vrouwen aan het woord, die gedurende een lange periode van hun leven verteld hebben over satanisch ritueel misbruik in hun verleden en/of heden. Beide hebben deze getuigenissen later ingetrokken en vertellen in uw documentaire dat het de therapeut(en) en pastoraal werkers waren die hen de getuigenissen over srm op allerlei suggestieve manieren in de mond legden. Bij de casus van ‘Jacqueline’ ontbreekt elke vorm van wederhoor bij de therapeut/pastoraal werkers. Wat ook ontbreekt is een reflectie op het thema van ‘intrekken van een eerder afgelegd getuigenis van ritueel misbruik’. Als in incestgezinnen kinderen al onder druk worden gezet om de waarheid koste wat kost niet naar buiten te brengen, hoe hoog zal de druk dan zijn op kinderen en volwassenen die in georganiseerd verband misbruikt worden voor o.a. de meest walgelijke martelporno waarbij naar overlevers zeggen ook vele hooggeplaatsten betrokken zijn?
Ook wij horen van overlevers die gaandeweg hun proces uit angst hun hele verhaal ontkennen, soms ondanks verwondingen en andere ondersteunende bewijzen. Maar die daar later weer op terugkomen en vertellen dat zij uit angst hun verhaal introkken, vanwege de afschuwelijke gevolgen als zij dit zouden weigeren. Daarbij kan ook horen het onder dwang in diskrediet brengen of aanklagen van hun therapeut.
Dit betekent dat het getuigenis van iemand die een eerder verteld getuigenis intrekt, niet zomaar voor waar kan worden aangenomen. In het artikel ‘we hebben nog een paar foto’s van je’ is hiervan een voorbeeld beschreven. Uw documentaire gaat er éénzijdig vanuit dat als iemand een eerdere gedane verklaring over srm intrekt, deze laatste verklaring dan de juiste is. Het is mogelijk dat dat in deze situatie inderdaad het geval is, maar het is ook mogelijk dat het anders ligt. Wederhoor bij de therapeut(en) is in ieder geval essentieel om een begin van een mening te kunnen vormen over het één dan wel het ander. Bij één van de ‘retractors’ uit uw documentaire ontbrak dit volledig.
Helaas ken ik zelf enkele situaties waarin bij kwetsbare mensen door herhaalde en aanhoudende suggestieve vraagstelling een verleden van ritueel misbruik is gesuggereerd. In deze situaties was er geen sprake van opgeleide psychologen of psychiaters, maar van pastorale helpers verbonden aan een christelijke organisatie, zonder supervisie van een psycholoog, psychotherapeut of psychiater. Daar staat tegenover dat ik meer dan 10 keer zoveel slachtoffers goed genoeg ken om te weten dat er in deze situaties van aanpraten geen sprake is geweest. En dat ik in sommige situaties ondersteunende bewijzen heb gezien en meegemaakt dat hun verhaal krachtig onderbouwt.
Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) al decennia opgenomen in internationale DSM-V
Een ander punt van kritiek op uw documentaire is, dat deze de indruk wekt dat DIS (voorheen: Meervoudige Persoonlijkheids Stoornis) een verschijnsel is dat in de marge voorkomt in kringen waarin men geloof hecht aan satanisch ritueel misbruik. U verzuimt te benoemen dat de dissociatieve identiteitsstoornis al decennialang is opgenomen in de DSM-V, het internationaal erkende handboek van psychiaters. Dit betekent dat over de hele wereld deze stoornis wordt waargenomen door honderden of duizenden therapeuten, zeer zeker niet alleen door therapeuten die werken met overlevers van satanisch ritueel misbruik. In Nederland is er een speciale zorgstandaard ontwikkeld voor mensen met deze ‘stoornis’, die ik al eerder in deze brief noemde. Het weglaten van dit soort feiten in uw documentaire wekt bij een argeloze en niet anderszins geïnformeerde kijker ten onrechte de suggestie, dat therapeuten die werken met overlevers van srm als enige groep therapeuten deze stoornis tegenkomen.
Argos-uitzendingen in kwaad daglicht gesteld
U laat de TBKK – speciale eenheid van politie rond zedenzaken – aan het woord over de Argosdocumentaire. Met de TBKK heb ik zelf ook ervaring opgedaan, die u hier kunt lezen, maar dat terzijde. De documentaire zegt dat alles wat onderzocht kon worden is onderzocht door deze eenheid van de politie. Nergens volgt een specificatie van wat er is onderzocht.
Er wordt ook niet genoemd wat er met een hoge mate van waarschijnlijkheid níet is onderzocht: de opvallende overeenkomsten in vele getuigenverklaringen als het gaat om locaties, werkwijze en specifieke persoonlijke details van specifiek genoemde daders.
Hoe heeft men bijvoorbeeld kunnen aantonen dat, waar meerdere slachtoffers in het onderzoek van Argos (ook intieme) details wisten te vertellen over dezelfde vermeende daders (en deze met elkaar overeenkwamen), dit niet waar zou zijn? Maar liefst veertig daders werden door meerdere slachtoffers omschreven (zie argosdocumentaire ‘glasscherven en duistere rituelen – via youtube nog te zien – vanaf minuut 38.30), waarbij overlap werd gevonden . Bij bekende daders werd alleen uitgegaan van overlap als meerdere personen deze noemen in verbinding met dezelfde locatie én met dezelfde bizarre specifieke seksuele voorkeur. Het gaat dan niet om iets als ‘seksuele voorkeur voor jongens’ maar om bizarre voorkeuren als ‘houdt ervan aubergines in de vagina te doen (fictief voorbeeld). Zijn deze uiterst opmerkelijke overlappingen onderzocht door de TBKK? Zijn de slachtoffers en deze vermeende daders bij wie zulke opvallende overlap was in getuigenverklaringen, gehoord door de politie/justitie?
Juist om dit verder uit te zoeken, werd in 2020 een motie aangenomen om onafhankelijk onderzoek te doen naar georganiseerd sadistisch kindermisbruik. Doordat dit onderzoek onder Justitie werd gehangen èn doordat de onderzoekscommissie op voorhand besloot om niet aan waarheidsvinding te doen (zie rapport commissie Hendriks, inleiding) is de Argosdocumentaire het beste wat we tot nu toe op Nederlandse bodem hebben rond recent onderzoek naar georganiseerd sadistisch (kinder)misbruik. De Argosjournalisten mochten niet verder onderzoeken, een interview dat ze met mij hadden gepland – naar aanleiding van dreigmails van het dadernetwerk die ik toen begon te ontvangen – werd afgeblazen. Het landelijk overheidsonderzoek was zodanig opgezet dat het op voorhand gedoemd was te mislukken (zie bv. deze brief). Als Nederland zich hard had gemaakt voor echt onafhankelijk onderzoek, waar vele slachtoffers werkelijk hadden durven praten, waren we nu – 5 jaar na de Argosdocumentaire – op een ander punt geweest rond waarheidsvinding over onder meer satanisch ritueel misbruik.
Het is stuitend dat een documentaire die zo slecht onderbouwd is als ‘Het complot’ een moedig, goed doortimmerd en integer staaltje onderzoeksjournalistiek van Argos zo ongefundeerd onderuit haalt. Argos had contact met 200 overlevers van georganiseerd geweld, waarvan 140 spraken over rituele kenmerken. Argos sprak ook vele behandelaars. De EO sprak 2 overlevers, 2 ‘retractors’ en 1 behandelaar van een ‘retractor’. Dat is tenminste 35 keer minder informatiebronnen dan Argos had!
Wat hebt u gedaan om overlevers te beschermen?
U schreef mij: ‘Uiteraard willen wij niet dat jullie of de mensen voor wie jullie je inzetten in de problemen komen en/of de situatie verslechtert en daar willen wij dan ook graag rekening mee houden.’ Dat klonk mooi. Wat hebt u gedaan om uw voornemen hierin handen en voeten te geven? Hebt u een panel van een voldoende aantal overlevers en therapeuten mee laten kijken en mee laten denken om te bezien of dit in hun nadeel kon werken? En hebt u die feedback zorgvuldig overwogen en verwerkt?
Als u dat gedaan had, zouden overlevers u wellicht hebben verteld dat zij binnen de satanische cult veel worden geconfronteerd met symbolen die ook in de ‘gewone wereld’ opduiken. Dan zou iemand u er wellicht op hebben gewezen dat door de wijze van filmen van een gebouw op de begraafplaats van Bodegraven een omgekeerd wit kruis te zien is (het is feitelijk de vlaggemast vermoed ik met iets erachter) met aan de linkerkant (voor de kijker) een verlicht raam en aan de andere kant een onverlicht raam. U weet al dat een omgekeerd kruis een trigger is voor overlevers, ook in uw documentaire wordt dat genoemd. Als u aan panel van overlevers had geraadpleegd, zou u wellicht gehoord hebben dat er overlevers zijn die uit de symbolen van een omgekeerd kruis en één lichtbron links (‘one eye’) de boodschap halen ‘deze documentaire is onder onze controle’.
Tot slot, ik wil u als directie en ledenraad van de Evangelische Omroep opnieuw met aandrang oproepen om deze documentaire offline te halen en op uw website te rectificeren. Uit zorg voor één van de meest kwetsbare groepen in onze samenleving en met een beroep op Micha 6:8, waar staat: ’De HEER heeft u gezegd wat goed is, mens, wat Hij van u verlangt: Hij wil niets anders dan dat u recht doet, dat u de trouw eerbiedigt en dat u nederig wandelt met uw God.’
Namens het bestuur van Stichting Friends of Esthers,
Aline Terpstra,
GZ-psycholoog