Werner de Jonge, Aline Terpstra
maart 2026
Geen enkel bewijs
Keer op keer duikt de bewering op dat er ‘géén enkel bewijs’ zou zijn gevonden voor ritueel misbruik. De commissie Hendriks trok eind 2022 deze conclusie, en ook de recente documentaire ‘Het Complot’ van de Evangelische Omroep (2025) doet deze bewering. Voor wie zich nog nooit heeft verdiept in dit onderwerp, kan dit overtuigend klinken en weerhouden om het zelf nader te bekijken.
Toch zijn er al decennialang gerechtelijke uitspraken gedaan in diverse westerse landen die iets heel anders naar voren brengen. Recent publiceerde het Engelse National Association for People Abused in Childhood (NAPAC) in samenwerking met het National Police Chiefs’ Council (NPCC) een onderzoeksrapport met de titel (vertaald): ‘Georganiseerd ritueel misbruik en de bredere context ervan: vernedering, misleiding en ontkenning’. De auteur, Dr. Elly Hanson[1] brengt onthutsende feiten naar voren, niet alleen over het bestaan van ritueel misbruik maar ook over de technieken van massamedia en politiek om het fenomeen onder het tapijt te schuiven.
Rituele kenmerken breed erkend
Het rapport bevat een grondige analyse van georganiseerd, satanisch ritueel misbruik. Hanson stelt op pagina 6: “In het Verenigd Koninkrijk zijn er minstens veertien[2] gevallen geweest waarin mensen zijn veroordeeld voor seksueel misbruik van kinderen. Hun gebruik van rituele praktijken in dit proces werd breed erkend, zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk.In negen van deze gevallen was er sprake van meer dan één dader. Daarnaast zijn er veroordelingen geweest voor seksueel misbruik, vergelijkbaar met georganiseerd ritueel misbruik, waarbij meerdere familieleden hun kinderen in hun jeugd op sadistische wijze seksueel misbruikten en/of martelden, en hen dwongen tot seks met anderen”.
Het feit dat rituele kenmerken in deze gevallen aanwezig waren, betekent dat er geen twijfel over mogelijk is: ritueel misbruik – anders gezegd: georganiseerd, satanisch ritueel (kinder)misbruik – bestaat.
Het kwalijke effect van retoriek en suggestie
Het onderzoek van Hanson laat echter ook zien hoe getuigenissen van overlevers en bewijs van ritueel misbruik in de loop der jaren vakkundig ongeloofwaardig wordt gemaakt. De media spelen hierin een belangrijke en kwalijke rol, door gebruik te maken van suggestieve beweringen en manipulatieve werkwijzen (Hanson, p. 45-47).
Hanson betoogt dat onder meer een rapport van La Fontaine uit 1994[3], later veelvuldig geciteerd, hierin veel schade heeft gedaan. Er wordt daarin bijvoorbeeld gesteld dat “volwassenen die ritueel misbruik bevestigen, een ‘klimaat van geloof’ zouden versterken, nog voordat daadwerkelijk gevallen van kinderen aan het licht komen”[4] (La Fontaine, p. 4). Hier is sprake van een kwalijke retorische truc: uitgangspunt van La Fontaine is kennelijk dat getuigenissen van volwassen overlevers verdacht zijn. Op basis hiervan bouwt de auteur haar redenering verder op. Er wordt geen enkele onderbouwing gegeven voor haar uitgangspunt, maar lezers worden zo wel meegenomen in de denkwijze.
Ook hanteert La Fontaine in een later boek de vooringenomen aanpak (‘biased approach’), dat “overeenkomsten tussen de verklaringen van de slachtoffers bewijs zouden zijn van een samenzwering, terwijl verschillen zouden bevestigen dat alles verzonnen is”[5].
Een ander voorbeeld van niet onderbouwde beweringen van La Fontaine: “er is bewijs in het transcript dat kinderen in de loop van herhaalde interviews leren wat volwassenen willen horen” (La Fontaine, p. 30-31). Echter: dit bewijs wordt niet gespecificeerd.
Kortom, bijna alle bevindingen die de geloofwaardigheid van ritueel misbruik in twijfel trekken, moeten op gezag van de betreffende auteur worden aangenomen, zo stelt Hanson.
La Fontaine brengt ook naar voren dat vernieuwingsbewegingen binnen het christendom in haar ogen andere (satanische) religieuze groepen zouden ‘beschuldigen van hekserij en van pacten met de duivel’ (Hanson, p. 46). Hiermee zouden christenen aanspraak doen op spiritueel gezag. Echter, Hanson geeft terecht aan dat deze theorie volledig los staat van de vraag of ritueel misbruik bestaat; natuurlijk kunnen individuen rituelen gebruiken bij het misbruiken van kinderen, terwijl tegelijkertijd sommige christelijke groepen motieven kunnen hebben om ritueel misbruik te zien als onderdeel van ‘religieuze bewegingen’ waar ze tegen zijn. La Fontaine (en vele anderen) bouwen echter een onterechte tegenstelling op en stellen dat als christenen (en anderen) ritueel misbruik projecteren op ‘religies die ze vrezen’, dan betekent dit dat het niet bestaat (Hanson, p. 46).
De documentaire “Het Complot” (Evangelische Omroep, 2025) voert eenzelfde soort retoriek: het presenteert satanisch ritueel misbruik als een fenomeen dat in de jaren ’90 via conferenties voor psychologen vanuit de VS zou zijn overgewaaid naar Nederland. Nederlandse psychologen zouden vervolgens hun cliënten dit ritueel misbruik aangepraat hebben. Voor deze theorie wordt geen enkel bewijs of onderbouwing geleverd. Ook wordt gesuggereerd – door middel van het tonen van onrustige christelijke samenkomsten en fanatiek ‘gebed’ – dat vooral christelijke psychologen zo te werk zouden gaan. Zonder enige onderbouwing wordt gesteld dat Aline Terpstra ‘een dergelijke therapie’ zou geven. Over hoe zij wél werkt en over de reguliere manieren van traumaverwerking die zij toepast (te lezen op www.lichtopsrm.com), wordt met geen woord gerept.
Met andere woorden, ook de EO verlaagt zich tot ongefundeerde en daarmee manipulatieve retoriek om ritueel misbruik ongeloofwaardig te maken. Waarom?
En waarom krijgt andere informatie, zoals het onderzoek van Hanson en de 14 gevallen van bewezen rituele kenmerken geen enkele aandacht in de mediaproductie, die juist werd gepresenteerd als een product van serieuze onderzoeksjournalistiek?
La Fontaine en ontvankelijke massamedia verkondigden al in de jaren ’90 dat er geen bewijs zou zijn gevonden voor ‘satanisch ritueel misbruik’ – een bewering die tot op de dag van vandaag lijkt stand te houden in het Verenigd Koninkrijk. Het erkende bestaan van ‘ritueel misbruik’ werd onvermeld gelaten.
Deze zelfde woordkeuze zien we terug in het rapport van de Commissie Hendriks (2022), die in opdracht van de Tweede Kamer onderzoek deed naar georganiseerd sadistisch kindermisbruik in Nederland: sadistisch misbruik van kinderen in georganiseerd verband bestaat, maar bewijs voor de aanwezigheid van rituele kenmerken zou ontbreken. Met geen woord wordt gerept over gerechtelijke uitspraken die wel degelijk spreken over rituele kenmerken, zoals het onderzoek van Hanson naar voren brengt. We lezen: “de opsporingsdeskundigen die de Commissie gesproken heeft, zeggen allemaal dat ze nooit beeldmateriaal zijn tegengekomen van misbruik met rituele kenmerken”[6]. Dit terwijl minstens één betrokken stichting wel degelijk meldingen van ritueel misbruik had gekregen (wat ook vermeld is in het rapport op pag. 46). Heeft de commissie voldoende grondig onderzoek verricht, of is er weggekeken?
Er is nog meer bewijs
Als het gaat om juridische uitspraken waarin sprake was van ritueel misbruik, is er meer dan het recente onderzoek van Hanson. Op de website “RA-info.org” staat een (aanvullende) lijst van vele veroordelingen in de Verenigde Staten (https://ra-info.org/ritual-abuse/conviction-list-ritual-abuse-cases/) die in veel gevallen rituele kenmerken bevatten. De auteurs merken op: “de rituele aspecten van de misdaden zijn vaak niet in de rechtbank gepresenteerd, maar worden wel duidelijk aangegeven door de slachtoffers in hun getuigenissen.”
Op EndRitualAbuse.org, is het volledige Hoofdstuk 6 van het boek Cult and Ritual Abuse: Narratives, Evidence, and Healing Approaches van James Randall Noblitt en Pamela Perskin Noblitt opgenomen. Daarin is een uitgebreid overzicht te vinden van internationale bronnen van empirisch bewijs: https://endritualabuse.org/empirical-and-forensic-evidence-of-ritual-abuse/ De auteurs stellen: “ooggetuigenverslagen vormen wel degelijk bewijs”.
Ook geven zij een tweetal kanttekening aan als het gaat om forensisch bewijs:
- In rechtszaken m.b.t. ritueel misbruik wordt forensisch bewijs vaak afgesloten (verzegeld) en niet beschikbaar gesteld aan de buitenwereld, onder andere vanwege de privacy van de betrokken slachtoffers (kinderen of gezinnen)
- Het feit dat een misdrijf rituele kenmerken bevat, wordt mogelijk nooit bekendgemaakt in de media. Veel van de staten in de VS hebben geen wetten die rituele misdrijven specifiek verbieden, en daarom wordt het misdrijf doorgaans vervolgd als een ander gedefinieerd misdrijf – bijvoorbeeld moord of kindermishandeling
Ritueel misbruik bestaat ook in Nederland
Terug naar de Commissie Hendriks en de uitspraak dat er geen bewijs is van georganiseerd misbruik met rituele kenmerken. Alleen al op logische gronden is het zeer onwaarschijnlijk dat dit niet Nederland niet zou plaatsvinden. Als zowel in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk vele veroordelingen rondom seksueel kindermisbruik met rituele kenmerken hebben plaatsgevonden, is de kans klein dat het in Nederland niet voorkomt – zeker gezien de manier waarop politiek en media erover berichten en dezelfde ontwijkende en bagatelliserende technieken hanteren als die Hanson beschrijft m.b.t. gevallen in VK en VS.
Ook in Nederland zijn er heel veel getuigenissen over ritueel misbruik, onder andere de 140 waarover Argos eerder berichtte (en later weer zijn verwijderd van de VPRO website).
Alles wijst erop dat ritueel misbruik in Nederland zonder meer voorkomt. Het wordt tijd dat we die realiteit onder ogen gaan zien en ernaar gaan handelen.
[1] Hanson, E. (2025) Organised ritual abuse and its wider context: degradation, deception and disavowal. The Hydrant Programme (part of the National Police Chiefs’ Council: NPCC) and National Association for People Abused in Childhood (NAPAC). London. Overzicht: https://napac.org.uk/organised-ritual-abuse-report-guidance-2025/, en het rapport zelf: https://napac.org.uk/wp-content/uploads/2025/09/NPCC-Organised-ritual-abuse-and-its-wider-context-Degradation-deception-and-disavowal.pdf
[2] De veertien gevallen betreffen: Malcolm and Susan Smith, and Albert and Carolee Hickman (The Guardian, 1982; Mullin, 2015); Shaun Wilding (Birmingham Evening Mail, 1986); Brian Williams (Evison, 1987); Hazel Paul and others (Daily Post, 1988); The ‘T’ family (Donnelly & Stewart, 1989); Reginald Harris (Rees, 1990); een geval in Liverpool (Daily Post, 1992); Michael Horgan (McMullan & Revell Walton, 1999); een geval in Ealing (The Birmingham Post, 1993); een geval in Swansea (The Guardian, 1994); David and Bette Stalford (Nutall, 2004); Colin and Elaine Batley, Jacqueline Marling and Shelly Millar (The Daily Telegraph, 2011); Peter Petrauske and Jack Kemp (The Independent, 2012); zeven individuen in Glasgow (Scott, 2023; BBC, 2024, 2025). Meer details zijn beschikbaar in het rapport van Hanson.
[3] De door Hanson geciteerde (op p. 45) publicatie betreft: J.S. La Fontaine, “The extent and nature of organised and ritual abuse”, HSMO: London (1994). Voor de volledige lijst van bronvermeldingen verwijzen we graag naar het rapport van Hanson (2025)
[4] Citaten uit de publicatie van La Fontaine zijn voor de leesbaarheid vertaald naar het Nederlands
[5] J.S. La Fontaine, “Speak of the devil: Tales of satanic abuse in contemporary England”. Cambridge University Press (1998)
[6] Eindrapport Commissie Hendriks, ‘Tussen ongeloof, ondersteuning en opsporing’ (2022), pag. 46