Landelijk onderzoek naar georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen en naar het Landelijk Expertisebureau Bijzondere Zedenzaken

Tijdlijn en stand van zaken

Laatste update 24 mei 2021

Inleiding

Afgelopen najaar nam de voltallige Tweede Kamer twee moties aan. De eerste motie vroeg om een onafhankelijk onderzoek naar georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen. De tweede motie vroeg om een onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ). Het Ministerie van Justitie maakte beslist geen haast met de uitvoering van beide onderzoeken. Kennelijk heeft onderzoek naar de meest ernstige misdaden tegen onze kinderen en naar mogelijke ondermijning van hun rechtsgang door een orgaan van onze landelijke politie, de LEBZ, voor het Ministerie van Justitie geen enkele prioriteit. Op 25 maart j.l. heeft demissionair Minister Grapperhaus na een hele lange omweg alsnog een commissie in het leven geroepen. Echter geen onafhankelijke commissie, zoals van alle kanten is gevraagd. Een commissie waarvan de voorzitter en het eerste lid rechtstreeks door de top van Justitie is aangesteld. Deze twee personen werken bovendien al jaren samen, wat te zien is aan hun gezamenlijke publicaties en één van beide is directe collega van Peter van Koppen, de emeritus professor die zich in de media fel keert tegen elk onderzoek van deze misstand op grond van leugens en pseudowetenschappelijke, loze argumenten. Verderop in dit artikel hierover meer.

Om het collectieve geheugen op te frissen, hieronder eerst in een tijdlijn een overzicht van de stand van zaken rond beide onderzoeken en wat vooraf ging. Aan het einde van dit artikel volgt een oproep aan politiemensen, zedenrechercheurs en Officieren van Justitie om, hangende het onderzoek naar de LEBZ, bij aangiftes met rituele kenmerken te handelen binnen de eigen unit en op grond van eigen conclusies en zich niet te laten sturen door de LEBZ. Het artikel besluit met een oproep aan jou als lezer om onze volksvertegenwoordigers te herinneren aan hun verantwoordelijkheid in deze uiterst belangrijke zaak. Ten behoeve van slachtoffers van dit uiterst sadistisch misbruik, voor onze kinderen en voor onze rechtsstaat.

1994 – Rapport Werkgroep Ritueel Misbruik

In 1994 komt de Werkgroep Ritueel Misbruik, door de overheid ingesteld, met een rapport. De aanleiding voor het instellen van deze werkgroep wordt onder meer als volgt omschreven (p.5): ‘In 1992 kwamen er bij de Inspectie jeugdhulpverlening (lJHV) van de ministeries van WVC en justitie meldingen binnen van instellingen voor jeugdhulpverlening die betrekking hadden op mogelijk ritueel misbruik bij een aantal kinderen. Tot aan augustus 1992 waren er circa 11 gevallen gemeld in de provincies Noord-Holland en Utrecht. (…) Door het ministerie van Justitie werd nagegaan bij twee politiekorpsen en de Centrale Recherche Informatiedienst wat bekend was. Als voorlopige conclusie leverde dit op dat signalen over ritueel misbruik bekend waren bij een aantal korpsen, maar dat tot dan toe nooit harde bewijzen waren gevonden.’

De samengevatte conclusie van de Commissie luidt als volgt (p. 26):

‘Recent hebben zowel kinderen als volwassenen verteld over ritueel misbruik waarvan zij het slachtoffer zouden zijn geworden. Zij verhalen over gruwelijke rituelen die, als de verhalen op waarheid berusten, een bijzonder extreme vorm van seksueel geweld tegen kinderen zijn. De slachtoffers getuigen van gedrag dat alleen als puur sadisme in de meest extreme vorm kan worden omschreven. Tegelijkertijd ontbreekt zowel in Nederland als in het buitenland ander bewijs voor het bestaan van ritueel misbruik dan de verklaringen van de vermeende slachtoffers. Dit neemt overigens niet weg dat het bestaan van alle losse elementen van de verhalen over ritueel misbruik vanuit politieonderzoek bekend is. De combinatie ervan in de vorm van ritueel misbruik, zoals meegedeeld in de verhalen hierover, is echter nergens afdoende geverifieerd. Als men echter moet uitgaan van de omvang en het karakter van ritueel misbruik zoals dat aan de hand van de hiervoor gegeven en door de werkgroep overigens opgevangen verhalen zou moeten worden vastgesteld, dan is het vrijwel onmogelijk dat geen forensisch bewijs is of wordt gevonden. Naar alle redelijkheid en waarschijnlijkheid zouden er tenminste enkele (technische) sporen aan het licht gekomen moeten zijn. Nu dat niet het geval is, acht de werkgroep de kans gering dat de verhalen over ritueel misbruik ‘in volle omvang’ op waarheid berusten.’

Maar de werkgroep zegt meer. Zij vraagt om nader onderzoek en om het instellen van een permanenter Beraad. Beide zijn er nooit is gekomen:

De Werkgroep is van oordeel dat, gegeven de ernst, de gevoelde problematiek en de druk die daarvan uitgaat (hulpverleners vermoeden, waardoor dan ook, dat cliënten het slachtoffer zijn van ernstig, pervers, seksueel sadisme, welke cliënten ernstige psychische beschadigingen bezorgen, op wie de voorzieningen in de reguliere hulpverlening niet goed lijken te zijn toegesneden), aanleiding bestaat een Beraad in het leven te roepen. Dit is met name van belang om de ontwikkelingen (daarbij inbegrepen de literatuur en het onderzoek) nauwlettend te volgen, vooral ook in de praktijk. Het werk van de Werkgroep zou als het ware gedurende een bepaalde periode moeten worden voortgezet, zodat het mogelijk is de noodzakelijke verbindingen te leggen tussen de verhalen van slachtoffers en het daadwerkelijk verrichten van onderzoek door vertrouwensartsen, de Raad voor de Kinderbescherming en politie en justitie.

Rechtspsycholoog Peter van Koppen, destijds lid van de Werkgroep, lid van de LEBZ van 1999-2005 en naar het lijkt tot op heden regelmatig in media spreekbuis  van het LEBZ, stelt dat ‘de wetenschap zegt dat ritueel misbruik niet bestaat’ (Nederlands Dagblad, 2 oktober 2020). Een conclusie die alleen al op grond van bovenstaande conclusie van de Werkgroep waarvan hijzelf deel uitmaakte, niet klopt. Een conclusie die ‘de wetenschap’ ook nooit kan trekken. Hoe kun je ooit wetenschappelijk vaststellen dat een sociologisch fenomeen niet bestaat?  Een conclusie die bovendien door veel andere wetenschappers en deskundigen in het geheel niet wordt gedeeld.

27 juni 2020 – Uitzending Argos ‘glasscherven en duistere rituelen’

Argos, onderzoeksprogramma van de VPRO, zendt een documentaire uit van een uur over hun onderzoek naar georganiseerd seksueel geweld. Huub Jaspers, die naast Sanne Terlingen dit onderzoek verrichtte, zegt hierover: ‘Wij hebben uitgebreide verhalen verzameld van tweehonderd mensen die aangeven slachtoffer te zijn van georganiseerd seksueel geweld. Honderdveertig daarvan vertellen over ritueel misbruik. We hebben met een aantal intensieve gesprekken gevoerd en met mensen uit hun omgeving. We vonden overlap in de verklaringen en konden een aantal details verifiëren.’ Hierbij gaat het onder andere om overlap in aangewezen daders, zowel bekende gezichten als niet uit de media bekende gezichten.

In het programma is te horen hoe door een gynaecoloog glasscherven uit de vagina van een slachtoffer worden gehaald. Ook is te horen hoe een schuur in de bollenstreek, door meerdere slachtoffers aangewezen als één van de locaties waar misbruik plaats vond, op een merkwaardig moment in vlammen opgaat.

4 september 2020 – Eerste brief bezorgde behandelaars aan Tweede Kamer

Wij, een groep van acht GGZ-behandelaars schrijven een brief aan de Tweede Kamer waarin wij onze volksvertegenwoordigers oproepen geen genoegen te nemen met de ontwijkende antwoorden van minister Grapperhaus op door Kamerleden gestelde vragen m.b.t. ritueel misbruik. Wij betogen hierin o.a. dat het LEBZ bevooroordeeld is, waardoor aangiftes niet doorkomen en roepen de Kamerleden op om hun ‘invloed aan te wenden tot grondige revisie dan wel opheffing van het LEBZ en tot het starten van nieuw onderzoek naar het vóórkomen van ritueel misbruik binnen georganiseerde sadistische (pedoseksuele) netwerken.’ 

5 oktober 2020 – motie onderzoek naar georganiseerd seksueel sadistisch misbruik van kinderen en motie onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van het Landelijke Expertisebureau Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) ingediend.

Naar aanleiding van o.a. de uitzending van Argos dient Tweede Kamerlid Niels van den Berge (GL) samen met Michiel van Nispen (SP) en Attje Kuiken (PvdA) een tweetal moties in. In de eerste motie wordt de regering verzocht ‘een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de aard en omvang van georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen en daarbij ervaringen van overlevenden van ritueel misbruik en hun therapeuten te betrekken zodat de uitkomsten betrokken kunnen worden bij een effectieve opsporing van deze netwerken’, ruim 25 jaar na het eerder genoemde onderzoek. De tweede motie verzoekt de regering ‘een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de wetenschappelijke onderbouwing en de visie, de rol en taakopvatting, de officiële en onofficiële doelstellingen van de LEBZ, de werkwijze en de resultaten van de afgelopen jaren. De motie stelt onder meer ‘dat er discussie is ontstaan over de wetenschappelijke onderbouwing en de al dan niet eenzijdige visie van de LEBZ, over het expliciete doel van de LEBZ om onterechte beschuldigingen te voorkomen en over de effectiviteit van de LEBZ bij de aanpak van ernstig misbruik van kinderen’.

12 oktober 2020 – Tweede brief behandelaars aan de Tweede Kamer over het LEBZ

Vijftien GGZ behandelaars schrijven een brief aan Tweede Kamer waarin zij erop aandringen de op 5 oktober ingediende moties te steunen. Zij gaan in die brief ook verder in op de rol van de LEBZ. Wij leggen uit hoe de LEBZ door het hanteren van twee starre mantra’s verdeeldheid in stand houdt onder wetenschappers en op die manier de behandeling van ernstig getraumatiseerde mensen ondermijnt. Wij schrijven dat leden en oud-leden van het LEBZ sterk de schijn wekken dat zij een actiegroep zijn die een bepaalde visie op complexe psychotrauma’s en dissociatieve stoornissen uitdraagt. Wij refereren daarbij onder andere aan het feit dat het LEBZ zich op eigen initiatief heeft gemengd in de totstandkoming van de zorgstandaard voor de behandeling van cliënten met DIS. Resumerend schrijven wij het volgende: ‘Wetenschappers die bestuderen hoe gezonde cellen ontsporen tot kankercellen, hebben niet het laatste woord bij het vaststellen van protocollen rond de behandeling van kanker. Dat zijn de onderzoekers van de behandelingen en de ervaren oncologen aan het bed. Evenmin moeten wetenschappers die geheugenonderzoek doen, of zich bezig houden met andere terreinen in de psychologie (lees het merendeel van de collega’s van de LEBZ), bepalend zijn in de behandeling van cliënten die lijden aan DIS. Hier moeten onderzoekers van behandelmodellen en behandelaars die cliënten met DIS behandelen de richting bepalen.’ .

13 oktober 2020 – motie landelijk onderzoek naar georganiseerd seksueel sadistisch misbruik van kinderen aangenomen

2 november 2020 – Minister Grapperhaus belooft onderzoeksopzet voor Kerstreces

In de Beantwoording mondelinge vragen Notaoverleg Slachtoffers 28 oktober (p.5) schrijft Minister Grapperhaus het volgende:

‘De fractie van GroenLinks stelt de vraag naar de voortgang van het onderzoek naar ritueel misbruik

In lijn met de motie die het lid Van den Berge (GroenLinks) hierover eerder heeft ingediend, heb ik inmiddels het WODC verzocht een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de aard en omvang van georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen. In het onderzoek zullen ervaringen van slachtoffers van ritueel misbruik en hun therapeuten betrokken worden, zodat de uitkomsten betrokken kunnen worden bij een effectieve opsporing van deze mogelijke netwerken. Voor het Kerstreces doe ik uw Kamer een brief toekomen over de opzet van dit onderzoek.’ Deze belofte heeft Minister Grapperhaus niet gehouden.

5 november 2020 – Minister Grapperhaus belooft in gesprek te gaan met Duits Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik Johannes-Wilhelm Rörig en belooft digitaal werkbezoek aan het LEBZ

In de Beantwoording Kamervragen seksueel overschrijdend gedrag, 5 november 2020 (p.33) schrijft Minister Grapperhaus in reactie op schriftelijke vragen die op 7 oktober zijn ingediend:

‘De leden van de fracties GroenLinks, CDA, SP, SGP, PvdA en CU vragen of er een onafhankelijk en actueel onderzoek kan plaatsvinden naar ritueel misbruik en of er niet naar aanleiding van geluiden uit Duitsland over veel hogere aantallen meldingen niet een gesprek met de Duitse commissaris tegen kindermishandeling, de heer Röring, gevoerd zou moeten worden. De reden hiervoor ligt in het veel lagere aantal verdachten dat bij de politie (en de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken daarin) bekend is dan dat Argos voor zijn uitzending heeft weten te achterhalen. De SP wil bij dit onderzoek nader inzicht krijgen in omvang en aard van het georganiseerd misbruik in het land en wil daarbij tevens een tweede onafhankelijk onderzoek naar de rol en taakopvatting van de LEBZ. De leden van de fracties VVD, GL, SP stellen vragen over de werkwijze en de wetenschappelijkheid van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ). In de praktijk worden aangiftes vaak als vals/onbewijsbaar gezien. De indruk bestaat dat onderzoek “wordt afgekapt”. De SP vraagt in dit kader ook nog naar het verdwijnen van een zin op de website van het LEBZ over de doelstelling. GL vraagt om nog eens naar de rol, taakopvatting en wetenschappelijke basis van de LEBZ te kijken en of hierbij ook de kennis van de overlever en de therapeut bij kan worden betrokken. (…) Ik ben bereid om in antwoord op de vragen van GL, CDA, SP, PvdA en CU met mijn Duitse collega hierover het gesprek aan te gaan. Ik zal voor het Kerstreces een samenhangende reactie aan uw Kamer doen toekomen. Ook zal ik in de tussentijd, naar aanleiding van de motie van het lid Van den Berge, het WODC verzoeken een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de aard en omvang van georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen en daarbij ervaringen van slachtoffers van ritueel misbruik en hun therapeuten te betrekken zodat de uitkomsten betrokken kunnen worden bij een effectieve opsporing van deze mogelijke netwerken. Daarnaast zal ik op korte termijn een digitaal werkbezoek afleggen aan het LEBZ. In antwoord op de vraag van VVD, GL en SP meld ik dat ik de korpschef heb gevraagd om de werkwijze, professie, werken op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten en samenstelling van het LEBZ tegen het licht te houden. Het klopt tot slot, dit in antwoord op de vraag van de SGP, dat er een zin op de website van de LEBZ recent is aangepast. De rol, taken en verantwoordelijkheden van de LEBZ zijn niet veranderd.’

Over de belofte van Minister Grapperhaus om in gesprek te gaan met Duits Nationaal Commissaris tegen Kindermisbruik Johannes-Wilhelm Rörig heb ik inhoudelijk niets meer gehoord of gelezen. Volgens de openbare agenda van Minister Grapperhaus lijkt het digitale werkbezoek aan het LEBZ wel te hebben plaatsgevonden, maar hiervan heb ik in de media of in Kamerstukken geen enkele terugkoppeling kunnen terugvinden, terwijl de Kamer voor het Kerstreces een ‘samenhangende reactie’ beloofd was.

30 november 2020 – Derde brief behandelaars naar de Tweede Kamer over het WODC

Als blijkt dat Minister Grapperhaus het eerste onderzoek in handen heeft gegeven van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), dat hangt onder het ministerie van Justitie, schrijven wij als groep van inmiddels 19 behandelaars een brief aan de Tweede Kamer. Wij geven aan dat wij geen vertrouwen hebben in de onafhankelijkheid van het onderzoek als dit vlak onder de neus van het Ministerie van Justitie wordt uitgevoerd. Wij roepen ertoe op dit onderzoek helemaal los te trekken van Justitie:

‘Samengevat, als er niet maximaal wordt ingezet op een commissie die breed het vertrouwen heeft van de slachtoffers is dit onderzoek een verspilling van tijd, geld en menskracht. Volledige onafhankelijkheid van justitie/politie enerzijds en vertrouwen anderzijds zijn de sleutelwoorden. Hiermee staat of valt het hele onderzoek.’

1 december 2020 – motie naar onafhankelijk onderzoek naar de LEBZ aangenomen

10 februari 2021 – In een brief verzoekt de vaste Kamercommissie J&V minister Dekker (Rechtsbescherming) om informatie over de uitvoering van beide moties:

Geachte heer Dekker, In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van 10 februari 2021 heeft de commissie besloten u te verzoeken de Kamer te informeren over de planning en uitvoering van de motie van het lid Van Nispen c.s. (Kamerstuk 35349, nr. 16) over een onderzoek naar de LEBZ. Tevens verzoekt de commissie u opnieuw de Kamer te informeren over de uitvoering van de motie van het lid Van den Berge c.s. over een onderzoek naar georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen (Kamerstuk 35349, nr. 15) en daarbij ook in te gaan op de onderzoeksopzet en de bemensing. Bij deze breng ik u het verzoek van de commissie over.

24 februari 2021 – WODC geeft onderzoeksopdracht terug

Het Kenniscentrum Transgenerationeel Geweld had in een brief haar hulp aangeboden aan het WODC.  Op 24 februari laat het WODC in een antwoordbriefje van een paar regels weten dat zij het  onderzoek naar georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen niet gaat uitvoeren. De reden: ‘Het WODC heeft de mogelijkheden voor het uitvoeren van een dergelijk onderzoek onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet op een methodologisch verantwoorde manier kan gebeuren en dat de uitkomsten daarom van onvoldoende wetenschappelijke kwaliteit zullen zijn.’ Journalisten Sanne Terlingen (Argos, VPRO) en  Hans-Lukas Zuurman (ND) schrijven er een artikel over. Wat hierin niet staat is dat uit correspondentie (ingezien) tussen het Kenniscentrum en het WODC blijkt dat het WODC al in november 2020 het onderzoek heeft teruggegeven, echter de Tweede Kamer is hierover niet geïnformeerd. Het opzetten van het onderzoek heeft dus 3 maanden gewoon stil gelegen. En het heeft het WODC na hun beslissing nog 3 maanden gekost om een briefje aan het Kenniscentrum te schrijven waarin zij het Kenniscentrum laten weten dat zij het onderzoek niet gaan doen.

Interessant ook om te zien hoe wetenschappers diametraal kunnen verschillen: dhr. Peter van Koppen zei eerder dat het wetenschappelijk is bewezen dat ritueel misbruik niet bestaat. De wetenschappers van het WODC zijn van mening dat het fenomeen überhaupt niet te onderzoeken valt. Wie nog dacht dat wetenschap neutraal en waardenvrij is en boven elke twijfel verheven, moet zich hier even achter de oren krabben.

4 maart 2021 – Vierde brief behandelaars n.a.v. weigering WODC: kans voor echt onafhankelijk onderzoek

Nu het WODC de handdoek in de ring gooit stuurt de behandelaarsgroep opnieuw een brief aan de Tweede Kamer. Wij schrijven onder meer:  ‘Vanwege het grote belang van werkelijk onafhankelijk onderzoek naar georganiseerd pedoseksueel geweld, verzoeken wij dringend dit onderzoek niet door Justitie en om gegronde redenen ook niet door het Ministerie van VWS te laten uitvoeren. Maar om, buiten de gebruikelijke kaders om, in dit uitzonderlijke geval een ander Ministerie aan te wijzen. Dit vergroot o.i. de kans op een echt onafhankelijk onderzoek aanzienlijk. Ook doen wij een 6-tal andere belangrijke suggesties over hoe een onafhankelijk onderzoek tot stand kan komen. ‘

21 maart 2021 – Stand van zaken onderzoeken: stagnatie en verwarring

Vertragen en verwarring zaaien lijken de twee basisstrategieën om de beide onderzoeken een vroegtijdige dood te laten sterven. In hetzelfde briefje van de WODC, 24 februari jl., aan het Kenniscentrum Transgenerationeel Geweld schrijft de directeur van het WODC over ‘wat nu?’ het volgende: ‘Wel komt er eind van de zomer een meer algemeen rapport over de mogelijkheid om de omvang te schatten van specifieke vormen van kindermishandeling. (…)[i] Deze beslissing is besproken met beleidsmedewerkers van de directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s.’

Hier wordt  gesuggereerd dat het onderzoek naar georganiseerd sadistische kindermisbruik zal worden weggezet onder een ander onderzoek, wat op die manier zeker niets kan gaan opleveren betreffende de oorspronkelijke vraagstelling van de motie.

In aansluiting hierop ontvangt het Kenniscentrum Transgenerationeel Geweld een mail (ingezien) van dhr. Michiel Bravo, het Hoofd Strategie, Kennis, Innovatie en Onderzoek van het directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s. Deze schrijft op 25 februari jl.: ’ Het bericht van het WODC over de onmogelijkheden voor onderzoek naar aard en omvang van georganiseerd, sadistisch misbruik van kinderen heeft het directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s genoopt te zoeken naar alternatieven om de Minister van Justitie en Veiligheid gehoor te kunnen laten geven aan de motie die daar op ziet.’ Er is nog wat tijd nodig, geeft hij aan. Een maand.

Sanne Terlingen, onderzoeksjournalist van Argos, schrijft in het eerder genoemde artikel: ’Een woordvoerder van het Ministerie van Justitie en Veiligheid laat weten dat de kwestie gevoelig ligt, omdat de minister eerst de Tweede kamer moet informeren. Wanneer de Kamerbrief zal worden verstuurd kan hij nog niet zeggen. Wel benadrukt hij dat de motie zal worden uitgevoerd en dat er dus alsnog onderzoek zal komen.’ De grote vraag is: wat ligt hier gevoelig, en voor wie?

In reactie op de vraag van het Kenniscentrum om verduidelijking, schrijft het WODC daarna het volgende: “Er komt nog dit jaar een onderzoek naar de mogelijkheden om de omvang van specifieke vormen van kindermishandeling te schatten. Hiermee wordt aangesloten bij de recente motie van Van den Berge, Van Nispen en Kuiken en ook bij eerder geformuleerde moties. Er zijn in het recente verleden verschillende keren Kamervragen gesteld over de omvang van kindermishandeling die (op de een of ander manier) gerelateerd is aan bijvoorbeeld een geloof; bijv. de vraag naar de omvang van duivelsuitdrijving door de leden Kuiken, Bergkamp en Van Nispen (TK 2020Z05792); de vraag naar de mate van blootstelling van jongeren aan conversietherapie die als doel heeft homoseksualiteit te “genezen” door het lid Bergkamp c.s. (28345, nr. 219). Wij hopen op deze manier meerdere onderzoeksmethoden te vinden dan wel te ontwikkelen die kunnen bijdragen aan het vergroten van onze kennis op het terrein van kindermisbruik in al haar verschrikkelijke vormen. Omdat betere kennis een voorwaarde is voor het bestrijden van het misbruik.”

In deze reactie voert het WODC 6 bronnen op, kennelijk ter onderbouwing van hun eerdere beslissing. Twee ervan hebben betrekking op onderzoeken naar huiselijk geweld, een ander handelt over criminaliteit, een vierde over seksueel misbruik bij Jehova’s getuigen en het vijfde is het rapport over Ritueel misbruik uit 1994.  Naast dit inmiddels bekende rapport – dat niet aantoont dat onderzoek niet mogelijk is – handelt slechts één van deze bronnen over onderzoek naar ritueel misbruik. Het is een onderzoek van Johanna Schröder, Pia Beehrendt, Susanna Nick en Peer Bricken in Psychiat Prax 2020 (47): ‘Was erschwert die Aufdeckung organisierter und ritueller Gewaltsstrukturen?’. Uit dit artikel blijkt dat het zeker mogelijk is – met zekere beperkingen – onderzoek te doen zoals de motie dit vraagt. Een bron die de conclusie van het WODC dus expliciet tegenspreekt.

Samenvattend en concluderend, het is duidelijk dat het Ministerie van J&V enorm worstelt met het onderzoek naar georganiseerd sadistisch misbruik dat door de Kamer is afgedwongen. Mistige vertragingstactieken en verwarrende communicatie, zoals hierboven weergegeven middels citaten, zetten de toon. Van het geven van prioriteit aan dit uiterst belangrijke onderzoek is al zeker geen sprake. Vertraging levert altijd voordeel op, de aandacht van media en publiek heeft de neiging snel te verslappen als iets lang duurt. De strategie lijkt er bovendien op gericht het onderzoek als onderdeeltje weg te zetten onder een groter onderzoek of om het thema van het onderzoek om te buigen naar geheel andere of slechts zijdelings gerelateerde thema’s. In beide gevallen zal er zeker geen antwoord komen op de vraagstelling van de motie. Zoals de behandelaarsgroep in haar laatste brief aan de leden van de Tweede Kamer betoogt, heeft het er alle schijn van dat in ons land al decennialang aangiftes waarbij sprake is van pedoseksuele misdrijven, stelselmatig in de doofpot verdwijnen. Zijn er wellicht personen bij de uitvoering van deze moties betrokken die er belang bij hebben dat ook dit onderzoek koste wat kost op voorhand onschadelijk gemaakt wordt?

Van het onafhankelijk onderzoek naar het LEBZ is nog niets vernomen. Om dezelfde redenen zullen  ook hier volhardende journalisten en andere meekijkers nodig zijn om ervoor te zorgen dat hier iets van terecht komt. En ook bij dit onderzoek is het woord ‘onafhankelijk’, cruciaal.

25 maart 2021 – minister Grapperhaus stelt onderzoekscommissie in

In een kamerbrief laat minister Grapperhaus weten dat hij, in vervolg op de afwijzing van het onderzoek door het WODC, zelf een commissie instelt. De opdracht is

Verzamel de beschikbare informatie omtrent het genoemde fenomeen van georganiseerd sadistisch misbruik van minderjarigen door gebruik te maken van zoveel mogelijk bronnen (inclusief slachtoffers, therapeuten, wetenschappelijke bronnen en deskundigen op dit specifieke terrein). Geef op basis van de bevindingen een advies aan de opsporing. Geef daarnaast op basis van de bevindingen een advies over het instellen van een meldpunt.

Dhr. prof. dr. Jan Hendriks en mevrouw dr. Anne-Marie Slotboom zijn alvast gekozen als voorzitter en commissielid.

De motie vroeg echter om het volgende:
(…) verzoekt de regering, een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de aard en omvang van georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen en daarbij ervaringen van overlevenden van ritueel misbruik en hun therapeuten te betrekken zodat de uitkomsten betrokken kunnen worden bij een effectieve opsporing van deze netwerken.

De opdracht verschilt op 3 belangrijke punten van het verzoek in de motie:

  1. In de motie werd gevraagd om een onafhankelijk onderzoek. Deze stap verdient niet het predicaat ‘onafhankelijk’. Immers, de eerste twee commissieleden zijn rechtstreeks door de top van Justitie gekozen, zonder een inspraakmogelijkheid voor slachtoffers.
  2. In tegenstelling tot de motie, zegt de onderzoeksopdracht niets over onderzoek naar de omvang van het georganiseerd sadistisch misbruik. Dit is uiteraard wel een wezenlijk onderdeel. Als uit het onderzoek zou blijken dat slachtoffers vanuit allerlei regio’s dezelfde namen en plaatsen noemen, dezelfde (tussen)personen en werkwijzen beschrijven, kan er wel degelijk iets geconcludeerd worden over de mogelijke omvang.
  3. ‘Adviezen voor de opsporing’,  zoals de opdracht zegt, is iets anders dan de uitkomsten betrekken bij een ‘effectieve opsporing van netwerken’ zoals de motie vraagt. Juist die opsporing van netwerken is essentieel om dit afschuwelijke kwaad bij de wortel aan te pakken.

Met de keuze om zelf de voorzitter en het eerste commissielid aan te stellen, gaat de Minister ook voorbij aan het uitdrukkelijke verzoek van het Kenniscentrum Transgenerationeel Geweld en het meermalen herhaalde verzoek van de groep behandelaars uit de GGZ, om het instellen van de commissie helemaal uit handen te geven én bij de slachtoffers een check te doen of zij in de voorgestelde samenstelling van de commissie durven praten. Dit is heel goed mogelijk door de journalisten van Argos te verzoeken om aan de groep slachtoffers waar zij contact mee hebben, de namen van commissieleden voor te leggen. Met de vraag of zij met een commissie van deze samenstelling durven praten. Dit onderzoek staat of valt immers met het vertrouwen dat slachtoffers hebben in de echte onafhankelijkheid en on-bevooroordeeldheid van de Commissieleden. Als er niet voldoende slachtoffers durven praten – ook zij die veel weten over betrokkenheid van hooggeplaatsten – zal dit onderzoek niet de helderheid geven die keihard nodig is. Daarnaast negeert de minister het herhaalde aanbod van het KTGG en de behandelaarsgroep om vanaf de start mee te denken bij de opzet van de commissie, met eveneens als doel bij slachtoffers vanaf de start vertrouwen te bouwen richting de commissie.

Het is tegen dit licht ook opvallend en onverstandig dat Minister Grapperhaus – die weet hoe essentieel de onafhankelijkheid van dit onderzoek is –  voor juist deze twee mensen, dhr. Hendriks en mevrouw Slotboom, heeft gekozen. Beide publiceren regelmatig gezamenlijk en staan dus niet onafhankelijk ten opzichte van elkaar. Maar wat nog minder helpt om het vertrouwen van slachtoffers te winnen, is dat één van beide collega is van dhr. van Koppen, emeritus professor aan de VU. Beide horen bij de ‘Faculty of Law, criminology’. De collega van mw. Slotboom, dhr. Van Koppen keert zich in de media fel tegen het onderzoek van georganiseerd sadistisch kindermisbruik. Hij doet dit op grond van leugens en pseudowetenschappelijke, loze argumenten, zoals ook gisteren in een artikel dat verscheen in 5 regionale dagbladen.  Na het beschrijven van een (eenmalige?) ontmoeting met één vrouw (in wetenschappelijke termen: een onderzoek met n =1) die vertelt dat zij een dissociatieve identiteitsstoornis heeft, vervolgt het artikel:

‘Van Koppen doelt erop dat het niet waar kan zijn dat de persoonlijkheden niets van elkaar weten. „De claim van believers is dat traumatische ervaringen op die manier worden verdrongen. Gek genoeg komt dat dan alleen voor bij seksueel misbruik en niet bij andere trauma’s. En blijkbaar ook alleen bij vrouwen.” Overigens is het wisselen van persoonlijkheden op zich volkomen alledaags en normaal, legt Van Koppen uit. „Ik ben nu wetenschapper. Bij mijn vrouw ben ik echtgenoot. Zijn de kleinkinderen er, dan ben ik opa.”’

Van Koppen pakt hier de term ‘wisselen van persoonlijkheden’ en geeft er een totaal andere inhoud aan dan de betekenis die dit heeft in het werken met iemand die daadwerkelijke een dissociatieve identiteitsstoornis heeft. Ik neem aan dat Van Koppen nog prima weet wat hij als wetenschapper ongeveer heeft gedaan als hij ’s avonds met zijn vrouw aan tafel zit. Dit geldt zeker niet voor mensen met DIS als die switchen naar een ander persoonlijkheidsdeel. O.a. elders op deze website is daarover te lezen in de artikelen over de behandeling van Esther. Van Koppen heeft een juridische achtergrond en heeft dus bovendien geen ervaring in het behandelen van cliënten, laat staan het behandelen van cliënten met een dissociatieve identiteitsstoornis. Om op grond van de titels van professor en doctor dan zulke stellige uitspraken te doen, is zeer onwetenschappelijk. Uitspraken die helaas vanwege die titels door vele mensen serieus genomen worden. Ook de bewering van Van Koppen dat DIS alleen bij vrouwen voorkomt, is niet waar. Dit blijkt onder meer uit de zorgstandaard dissociatieve identiteitsstoornissen en ook uit mijn eigen ervaring.

Het genoemd artikel vervolgt ermee, dat van Koppen  

‘benadrukt dat de theorie van verdrongen of hervonden herinneringen een ’klaar onderwerp’ was in de wetenschap. „Het QAnon-deel van Argos zorgt voor een revival. Dat is gewoon eng.”’

Dit is een aperte leugen. Voor iedereen is op internet na te gaan hoe het internationaal gehanteerde ‘handboek’ onder psychiaters en psychologen, de DSM-V al heel lang de dissociatieve identiteitsstoornis vermeldt, met als één van de belangrijkste criteria ‘recidiverende hiaten in het herinneren van alledaagse gebeurtenissen, belangrijke persoonlijke informatie en/of psychotraumatische gebeurtenissen die inconsistent zijn met gewone vergeetachtigheid.’ Zie hiervoor ook de genoemde Nederlands zorgstandaard. Van Koppen staat hier tegenover een leger aan psychiaters, psychologen en psychotherapeuten die al decennialang anders tegenkomen in de behandelkamer en waarvan velen hierover ook publiceren. Daar heeft QAnon helemaal niets mee te maken.  

Het is zeer kwalijk dat Van Koppen zijn titels in de strijd gooit om ernstig misbruikte cliënten met DIS en hun behandelaars in een kwaad daglicht te stellen en de mainstream-visie op DIS – namelijk dat dit uitsluitend ten gevolge van ernstig vroeg kinderlijk trauma ontstaat – neerzet alsof QAnon die visie weer tot leven roept. Het is ernstig dat hij met dit soort evidente leugens de publieke opinie beïnvloed en echt onafhankelijk onderzoek naar georganiseerd sadistisch kindermisbruik  ondermijnt.

Samen met anderen, waarvan de meesten (ex)leden van de LEBZ – orgaan van de politie – zijn, deed Van Koppen bovendien een succesvolle poging om de publicatie van de recent gepubliceerde zorgstandaard voor DIS te beïnvloeden. Zie voor een duidelijk overzicht van deze gang van zaken het heldere artikel van Argos. De zorgstandaard gaat uit van de door behandelaars internationaal breed gedragen opvatting, dat een dissociatieve identiteitsstoornis ontstaat door vroegkinderlijk trauma.  Door deze ‘coup’ werd in de zorgstandaard ook een ander verklaringsmodel opgenomen, het sociocognitieve verklaringsmodel. Deze verhullende term  staat voor het door Van Koppen helder geformuleerde standpunt dat slachtoffers de trauma’s verzinnen of dat therapeuten of media dit hen aanpraten. 

Tegen deze achtergronden willen wij de beide aangestelde commissieleden dan ook met klem oproepen om als eerste daad van transparantie het initiatief te nemen om Argos te verzoeken hun eigen namen te laten screenen door slachtoffers. En op voorhand de keuze te maken om – in het belang van recht en waarheid in deze uiterst belangrijke zaak – het lidmaatschap terug te geven indien er voor hun deelname aan de commissie te weinig draagvlak onder slachtoffers blijkt te zijn.  Daarnaast willen wij hen ertoe oproepen om maximale transparantie en beveiliging van informatie te betrachten, waartoe de groep GGZ-behandelaars in haar vierde brief een aantal suggesties heeft gedaan.

Overige opvallende punten in de brief van minister Grapperhaus -is er een agenda in deze vreemde gang van zaken?

Voorafgaand aan de onderzoeksopdracht, bevat de brief van minister Grapperhaus een aantal merkwaardige opmerkingen. Allereerst deze:

‘Het verzoek om een onafhankelijk onderzoek heb ik voorgelegd aan het WODC. Het WODC heeft haar twijfels geuit over het wetenschappelijk gehalte van de voorgestelde methode die aangedragen wordt in de motie. Het WODC zal dan ook geen onderzoek op deze manier laten uitvoeren.’

De vraag is wat dhr. Grapperhaus bedoelt met ‘het wetenschappelijk gehalte van de voorgestelde methode die aangedragen wordt in de motie’. De motie stelt helemaal geen methode voor, maar vraagt alleen om een onderzoek. Na een aantal feitelijke constateringen, vraagt de motie aan de regering om

‘een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de aard en omvang van georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen en daarbij ervaringen van overlevenden van ritueel misbruik en hun therapeuten te betrekken zodat de uitkomsten betrokken kunnen worden bij een effectieve opsporing van deze netwerken.’

Hoe het WODC hierin een wetenschappelijke methode kan zien, is een raadsel. Een nieuw staaltje van mistige WODC-communicatie, die indrukwekkend klinkt, maar geen inhoud heeft. Als dat waar zou zijn, kunnen een heleboel onderzoeken naar sociologische fenomenen, zo de prullebak in. Inclusief een reeks publicaties van het WODC. Zoals eerder in dit artikel betoogd staat het WODC bovendien tamelijk alleen in zijn constatering dat georganiseerd sadistisch kindermisbruik niet wetenschappelijk te onderzoeken zou zijn.

Een tweede opvallend punt is dat opnieuw het onderzoek ter tafel wordt gebracht dat in de afwijzingsbrief van het WODC aan het KTGG al werd opgevoerd. Minister Grapperhaus vervolgt de vorige zinsnede met

‘Wel zal het WODC een algemeen onderzoek (laten) doen naar nieuwe methoden en technieken om de omvang van verborgen fenomenen zoals deze te schatten. Het onderzoek wordt begin 2021 opgestart en zal naar verwachting na de zomer van 2021 afgerond worden.’

Waar het WODC geen enkele haast had met het afwijzen van het onderzoek naar georganiseerd sadistisch kindermisbruik (4 maanden voor een afwijzing in 1 regel), heeft dit onderzoek kennelijk gloeiende haast. Het zal al na de zomer van 2021 worden afgerond. Het zal toch niet zo zijn dat de resultaten van dit onderzoek door WODC en Justitie ingezet gaan worden om het onderzoek naar georganiseerd sadistisch kindermisbruik alsnog een spaak in het wiel te steken?

12 april 2021 – Vijfde brief behandelaars: Deze aangestelde commissie georganiseerd sadistisch misbruik kan doel NIET bereiken

In deze brief spreken wij er onze verbazing over uit dat Minister Grapperhaus zonder enig overleg met behandelaars of cliëntenorganisaties de eerste commissieleden heeft aangesteld, ondanks herhaaldelijke aanbiedingen hiertoe van alle kanten. Er is overduidelijk geen sprake van een onafhankelijke commissie. Wij leggen uit dat deze commissie het vertrouwen van slachtoffers en behandelaars niet kan hebben en daarom haar doel – waarheid omtrent misbruiknetwerken boven tafel krijgen – zeker niet zal bereiken. Wij roepen de kamerleden daarom ‘met klem op om – indien nodig middels een nieuwe motie – de huidige commissieleden van hun taak te ontheffen en om binnen de in eerdere brieven genoemde randvoorwaarden een onafhankelijke commissie samen te stellen die breed vertrouwen geniet van slachtoffers en behandelaren. Om dit voor elkaar te krijgen is al bij het kiezen van de allereerste commissieleden een nauwe samenwerking nodig met het Kenniscentrum Transgenerationeel geweld, patiëntenvereniging Caleidoscoop en ondergetekende groep GGZ-behandelaars’.

3 mei 2021 – Eerst stappen onderzoekscommissie Hendriks zeer verontrustend

Inmiddels heeft de onderzoekscommissie (voorzitter Jan Hendriks en lid Annemarie Slotboom) haar eerste stappen gezet. Ze geven aan dat zij nog aan het begin staan en er blanco instaan, maar hebben toch al zeer verontrustende stappen gezet. Uit meerdere bronnen verneem ik dat de commissie het volgende aangeeft:

  1. …dat zij de minister hebben gezegd dat zij geen onderzoek gaan doen naar de omvang van georganiseerd kindermisbruik
  2. …dat zij niet aan waarheidsvinding doet. ‘Dat is een eeuwigdurende discussie’. ‘Wij zijn er om de zaak van alle kanten te begrijpen’.
  3. …het enige dat zij kunnen doen is adviezen aan de politie hoe opsporing beter kan.
  4. …dat zij geen nieuwe leden aanneemt voorlopig. Er moet nog blijken of dat nodig is
  5. …dat zij 1 dag per week beschikbaar hebben voor het onderzoek

Wij constateren het volgende: Het WODC gaf aan dat dit onderzoek niet wetenschappelijk uit te voeren is, een traject dat 4 maanden vertraging opleverde. De commissie Hendriks gooit bij start  meer dan tweederde van de vraag van de motie overboord. De motie vroeg om onderzoek naar ‘1. de aard en 2. omvang van georganiseerd sadistisch misbruik van minderjarigen en 3. het gebruiken van deze informatie bij een effectieve opsporing van de netwerken.

Over het eerste, de aard van het georganiseerd sadistisch misbruik, concludeert de commissie alvast dat de waarheidsvinding een ‘eeuwigdurende discussie’ is. Zij hebben nog geen literatuur bestudeerd – er zijn vele onderzoeken in het buitenland hierover al gedaan, zie elders op de website – en nog geen slachtoffer gesproken, maar weten wel alvast de uitkomst. Over het tweede, de omvang van het misbruik hebben zij de minister gezegd dat zij hiernaar geen onderzoek gaan doen. Kennelijk laat de minister toe dat de commissie hierover beslist, tegen de voltallig aangenomen motie van de Tweede Kamer in. Het derde, adviseren hoe opsporing beter kan, dat wil de commissie wel gaan doen. Het gaat hier echter niet meer om opsporing van netwerken, zoals de motie vraagt, want met de omvang  houdt de commissie zij zich immers niet bezig. 

De uitkomst van het onderzoek kan dus in het beste geval een herhaling van zetten worden. De commissie zal aan het einde niet weten of de getuigenissen van overlevers geloofwaardig zijn, zal ook geen idee hebben of er sprake is van een netwerk of netwerken. Maar zal wel een pleidooi voeren dat slachtoffers vooral naar de politie moeten gaan en wellicht adviezen geven over hoe verhoormethoden anders kunnen. Dat tot nu toe alle zaken van pedoseksueel misbruik door hooggeplaatsten zijn misgelopen en er eindeloos veel zaken van misbruik op de plank blijven liggen, blijft voor het gemak buiten beschouwing.

Slachtoffers vertellen dat zij afgestraft worden in het netwerk als zij aangifte doen. De kans is groot dat zij door de conclusies van de commissie in dezelfde fuik worden teruggeduwd. Nu met de extra onderlegger – om het publiek gerust te stellen – dat er goed onderzoek gedaan is, maar dat we er echt niet uitkomen. Dus dat aangifte doen de enige weg is.

Kortom, beter geen onderzoek dan dit ‘onderzoek’. Parlementariërs, jullie zijn opnieuw aan zet! Sta niet toe dat met een motie en een ‘onderzoek’  in de hand, daders van gruwelijk pedoseksueel misbruik nog meer ruimte krijgen in ons land!

11 mei 2021 – Onderzoek naar LEBZ niet onafhankelijk!

Deze maand gaf Argos een uitstekende aftrap voor het broodnodige onafhankelijke onderzoek naar de LEBZ. In hun uitzending ‘Expertgroep politie orkestreerde mediaberichten ‘hervonden herinneringen’ door Griet op de Beeck‘ laten zij glashelder zien hoe de LEBZ achter de schermen een slachtoffer van seksueel geweld ongeloofwaardig maakte met ongefundeerde ‘wetenschappelijke’ taal.

Echter, in een brief aan de tweede kamer laat demissionair minister Grapperhaus weten dat het onafhankelijk onderzoek naar de ‘wetenschappelijke onderbouwing en visie, rol en taakopvatting, de onofficiële doelstellingen van de LEZ, de werkwijze en de resultaten van de afgelopen jaren’ in handen is gegeven van het WODC. Het WODC, dat rond het onderzoek naar georganiseerd sadistisch misbruik een uiterste dubieuze rol heeft gespeeld. Het WODC, waarvan eerder al is vastgesteld – zie de derde brief van de groep behandelaren – dat zij onderzoeken door het Ministerie van Justitie lieten bijbuigen in de door hen gewenste richting. 

Opnieuw geen onafhankelijk onderzoek dus, maar een onderzoek naar een orgaan van politie door een organisatie die nauw is verbonden met Justitie. En dat terwijl er goede redenen zijn zeer serieus rekening te houden met de mogelijkheid dat hooggeplaatste personen bij onder meer Justitie belang hebben bij de corrupte werkwijze van de LEBZ. Een onderzoek waarbij echte onafhankelijkheid van Justitie dus de hoogste urgentie heeft. Opnieuw wordt geen gehoor gegeven aan de schreeuw om recht!

Parlementariërs, wees onze stem en ga voor echte onafhankelijkheid! Lezers, roep de parlementariër(s) van je keuze hiertoe op! Zij hebben input van ons als burgers nodig!

Tot slot 1 – oproep aan politiemensen, zedenrechercheurs en Officieren van Justitie.

Het volgen van het advies van de LEBZ was nooit een verplichting, maar sinds 2016 is ook de verplichting tot consultatie van de LEBZ bij aangiftes waarbij sprake is van kenmerken van  ritueel misbruik, formeel opgeheven. Dit blijkt uit de schriftelijke beantwoording van de vragen die door onderzoeksprogramma Argos aan het LEBZ zijn  gesteld, zie vraag 1, laatste alinea. Dit stukje is niet erg helder geformuleerd, maar bij zorgvuldige lezing moet de betekenis hiervan wel zijn dat de verplichting tot consultatie er wel was, maar sinds 2016 niet meer is, een bron binnen de politie heeft dit bevestigd. Er is inmiddels meer dan gerede twijfel over het functioneren van het LEBZ. Hangende de onderzoeken, spreek ik daarom de hoop uit dat politiemensen, zedenrechercheurs en Officieren van Justitie naar eigen inzicht en kennis zullen handelen bij aangiftes rond (pedo)seksuele misdrijven waarbij sprake is van rituele kenmerken. Het is niet in het belang van het recht, niet in het belang van onze samenleving en zeker niet in het belang van het slachtoffers om hierin te varen op de ‘expertise’ en meer of minder subtiele sturing van het LEBZ.

Tot slot 2 – oproep aan volksvertegenwoordigers en aan jou, als lezer van dit artikel

Inzet van velen is nodig om de waarheid rond georganiseerd sadistisch pedoseksueel misbruik in Nederland en daarbuiten boven tafel te krijgen. De tijd dringt. Het stemmen vóór beide moties is een goed begin, maar daarmee kan en mag de inzet van onze volksvertegenwoordigers niet stoppen. Hun aanhoudende aandacht is nodig om ervoor te zorgen dát beide onderzoeken er komen en ook dat beide onderzoeken werkelijk onafhankelijk zullen worden uitgevoerd. Zie de laatste brief van de behandelaarsgroep, waarin staat wat daartoe wat ons betreft minimaal nodig is.

Ik wil jou als lezer vragen om de politieke partij van je voorkeur, of het Tweede Kamerlid van je voorkeur, op te roepen verdere vertraging van deze onderzoeken te voorkomen en zich maximaal in te spannen om te zorgen voor werkelijk onafhankelijke onderzoeken. Emailadressen van leden van de Tweede Kamer zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer.

Verzoek om aanvullende informatie

Mocht een lezer van dit artikel nieuwe of aanvullende informatie hebben over de stand van zaken rond de uitvoering van beide moties, dan ontvang ik daarvan graag bericht via het contactformulier op deze website.

Oproep aan GGZ-behandelaars

Ben je behandelaar in de GGZ, vrijgevestigd of binnen een instelling, en maak jij je ook zorgen over het uitblijven van echt onafhankelijk onderzoek naar georganiseerd sadistisch misbruik van kinderen en volwassenen? Laat het weten via de contactpagina.

[i] In de tussenzin wordt vermeldt wie de contactpersoon voor dit onderzoek is