Korte uitleg over geprogrammeerde DIS

Jonge kinderen die intense trauma’s meemaken die te overweldigend zijn voor hun brein om te bevatten, hebben een natuurlijk verdedigingsmechanisme om te overleven: dissociëren. Dit kan resulteren in een dissociatieve identiteitsstoornis waarbij verschillende persoonlijkheidsdelen ontstaan waartussen geheugenmuren bestaan. Bij satanisch ritueel misbruik wordt dit coping-mechanisme door daders gebruikt om expres persoonlijkheidsdelen te laten ontstaan. Dit doen zij door bewust voor een situatie te zorgen die voor het slachtoffer niet te dragen is, waardoor er een afsplitsing van de persoonlijkheid ontstaat. Vervolgens wordt een afgesplitst persoonlijkheidsdeel getraind voor een bepaalde taak, in dienst van de cult. Als hij/zij deze taak niet uitvoert, worden de herinneringen aan deze martelingen getriggerd en herbeleefd, waardoor er onder andere sterke angstgevoelens naar boven komen en er een intense innerlijke strijd ontstaat, waarbij de enige oplossing gehoorzaamheid aan de daders lijkt te zijn. Voor deze persoonlijkheidsdelen is het zonder hulp (veiligheid, traumaverwerking, ondersteuning) vrijwel altijd onmogelijk om zich tegen hun programmering te verzetten en zijn ze als het ware gedwongen hun taak uit te voeren. Zo’n onder marteling (extreme conditionering) aangeleerde taak kan bijvoorbeeld zijn: onmiddellijk de deur open doen als een bepaalde dader voor het raam staat, aangeboden zakjes met pillen of poeder -die in het voorbijgaan op straat worden aangereikt – altijd aannemen en gebruiken.  

Zie voor verdere uitleg over geprogrammeerde DIS dit interview.